Constantijn Huygens

Constantijn Huygens is één van de grootste dichters van de Gouden Eeuw. Hij heeft een omvangrijk en gevarieerd oeuvre op zijn naam staan. Daarnaast is de zeer getalenteerde Huygens bekend geworden als secretaris van drie prinsen van Oranje. Zijn vrouw Suzanna van Baerle overlijdt na de geboorte van hun vijfde kind. Hun zonen Constantijn en Christiaan krijgen naam als natuur- en wiskundige.

 

Opvoeding

Constantijn Huygens gaat niet naar school, maar krijgt privéles van gouverneurs. Dat onderwijs betreft niet alleen de talen (Frans, Engels, Grieks, Latijn), maar ook sporten als schermen en paardrijden en kunstzinnige activiteiten (musiceren en dansen). In Leiden studeert Constantijn rechten, daarna reist hij onder protectie van zijn vader naar Engeland en Italië. Voor de Nederlandse ambassadeur in Engeland verricht hij tal van diplomatieke diensten. In 1621 verschijnt zijn eerste poëtische werk, in 1625 wordt hij secretaris van stadhouder Frederik Hendrik. Een langjarige maatschappelijke- en literaire carrière vangt aan.

 

Huwelijk

Op jeugdige leeftijd heeft Huygens een verhouding met de Haagse Dorothea van Dorp. Het komt niet tot een huwelijk. Hij is ook gecharmeerd van Anna Roemersdochter Visscher, maar hij trouwt in 1627 met zijn ‘Sterre’, de door velen begeerde Susanna van Baerle. Uit dit zeer gelukkig huwelijk worden vier zonen geboren (Constantijn, Christiaan, Lodewijk en Philips). Na de bevalling van dochter Suzanna (1637) overlijdt Huygens vrouw. De 41-jarige weduwnaar zal niet meer hertrouwen. Zijn nicht Catharina Sweerius neemt de leiding over Huygens huishouden op zich. Later zal hij nog bekend geworden gedichten als Heilighedaghen (aan Leonore Hellemans) en Ooghentroost (aan de blind wordende Lucretia van Trello) opdragen.

 

Carrière

Kort na zijn studie bekwaamt Huygens zich als diplomaat. Dat gaat hem, door zijn talenkennis en gave tot netwerken, goed af. Zijn kwaliteiten blijven niet onopgemerkt. Stadhouder Frederik Hendrik benoemt hem in 1625 tot secretaris en in 1630 tot raad- en rekenmeester. Bovendien wordt hij Heer van Zuilichem. Van Frederik Hendrik krijgt hij toestemming om een huis te laten bouwen aan het huidige Haagse Plein. Nadat hij weduwnaar is geworden, laat hij in Voorburg de buitenplaats Hofwijck aanleggen. Na het overlijden van Frederik Hendrik blijft Huygens secretaris onder Willem II en die werkzaamheden voert hij ook uit tijdens het eerste stadhouderloze tijdperk. Zijn voornaamste taak dan is het beheren van de bezittingen van de Oranjes. Huygens gaat nooit echt met pensioen: hij werkt vier jaar aan het Franse hof als diplomaat en maakt, bijna negentig jaar oud, nog inspectiereizen, altijd  nauw betrokken bij het maatschappelijke wel en wee.

Literair werk

Zijn eerste gedichten schrijft Huygens in het Frans en Latijn. In 1621 verschijnt ’t Voorhout, een loflied op zijn geboorteplaats Den Haag. Als zijn belangrijkste vroegste werk ziet hij zelf Zedeprinten, 1624, satirische, moralistische verzen en Stede-stemmen en dorpen (ook 1624), gedichten over de heldhaftige strijd van de Hollanders en West-Friezen tegen de Spaanse vijand. De afsluiting van zijn eerste dichterlijke periode is de verzamelbundel Ledige uren. Huygens werkt jaren aan Dagh-werck, de poëtische beschrijving van zijn huwelijk. Na de dood van zijn vrouw voegt hij er het aangrijpende ‘Op de dood van Sterre’ aan toe, verder blijft het onvoltooid: de dag is nog niet om, maar zijn vrouw is dood. De beschrijving van zijn buitenverblijf Hofwijck (1652) wordt gezien als een poëtisch testament; hij heeft dan veel van zijn dierbaren verloren. Een groot deel van zijn werk verschijnt in de herdrukte verzamelbundel Korenbloemen (1658, 1672). Hij is en blijft een virtuoos dichter, die in veel genres schittert. Aan het eind van zijn leven legt Huygens zich meer toe op muziek dan op literatuur. In totaal heeft hij 769 composities geschreven.

 

Contacten

Huygens is een man die gemakkelijk contacten legt. Hij is zowel in culturele als in politiek-maatschappelijke kringen gezien, vooral door zijn op harmonie gerichte levenshouding. Met P.C. Hooft wisselt hij gedichten uit. Van zijn vriendschap met tijdgenoten als Spinoza, Barlaeus, Rembrandt, Maria Tesselschade en Descartes zijn brieven overgebleven. Velen heeft hij ook literair geportretteerd.

 

Overlijden

Constantijn Huygens overlijdt op 28 maart 1687, negentig jaar oud. Hij wordt begraven in de Grote Kerk in Den Haag. Hij geldt als een homo universalis, een man die getypeerd wordt door zijn veelzijdigheid. Behalve straten en pleinen is er een wetenschappelijk instituut naar hem vernoemd en een belangrijke literaire oeuvreprijs.

 

Het Literatuurmuseum collectioneert brieven, foto’s, documenten, manuscripten, typoscripten en parafernalia van auteurs van na 1750. Het bezit derhalve geen documenten van Constantijn Huygens. Een belangrijk deel van Huygens nalatenschap bevindt zich in het Koninklijk Huisarchief in Den Haag.

 

Links

www.kb.nl

www.dbnl.org