Adriaan en Olivier in 360 stukjes

door Dick Welsink

Veel mensen van boven de vijftig bewaren, denk ik, goede herinneringen aan de doldwaze belevenissen van Adriaan en Olivier, ‘een straatarme maar beschaafde tweeling van redelijk goede familie’. Hun avonturen werden te boek gesteld door Leonhard Huizinga (1906-1980), tweede zoon van de wereldberoemde historicus Johan Huizinga.

 

In november 1939 verscheen Adriaan en Olivier, het eerste deel van wat een reeks boeken over dit edele tweetal zou worden. Juist als de armoede zo nijpend is geworden dat de verweesde tweeling moet gaan bedelen om brood, ontvangen Adriaan en Olivier bericht van een notaris dat ze eigenaar zijn geworden van het buiten Korenvliet in Rittenburg. Ze hebben dit geërfd van oom Wout, die fortuin had gemaakt in Indië. Het buiten blijkt in tamelijk vervallen staat te verkeren, maar er moet ergens in de tuin een goudschat verborgen liggen. De verdere verwikkelingen draaien om de jacht op die schat waarnaar Jan en alleman op zoek gaat.

Het boek sloeg aan bij het publiek, want er verschenen een tweede, een derde en een vierde druk, de laatste in 1941. Toen viel het stil. Huizinga weigerde vierkant lid te worden van het Letterengilde van de door de Duitse bezetter op 25 november 1941 ingestelde Nederlandsche Kultuurkamer. Hij kon geen nieuw werk meer publiceren en zijn boeken mochten niet langer worden herdrukt.

 

Meteen na de oorlog werd Adriaan en Olivier weer op de drukpers gelegd: in de periode 1945-1947 verschenen de vijfde, zesde en zevende druk. Een blijk van de grote populariteit was ook dat er een legpuzzel werd uitgebracht met een scène uit het boek. Kortgeleden kwam een wat gehavend exemplaar in het bezit van het Literatuurmuseum. Een van de vorige eigenaren heeft op de zijkant van het deksel met potlood geschreven dat de puzzel bestaat uit 360 stukjes. Op het deksel staat een plaatje met bijschrift: ‘Uit: Leonhard Huizinga’s Adriaan en Olivier: Het terras van huize Korenvliet’. Wie de tekenaar is staat er niet bij.

Maar gelukkig heeft die zijn tekening links onderin gesigneerd. Die signatuur is weliswaar op het plaatje zo klein dat ze niet is te lezen, sterker nog, als je het niet weet lijkt het een vlekje in het gras. Op de puzzel zelf staat het volkomen duidelijk: Pol Dom. Een bekende naam in die tijd. Pol – voluit Paul Louis Carel – Dom (1885-1975) was een van oorsprong Vlaamse kunstenaar die zich in 1909 in Nederland vestigde om zich verder in het vak van illustrator te bekwamen, met de bedoeling om na een paar jaar terug te keren naar zijn vaderland. Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog verijdelde dit voornemen. Hij besloot in Nederland te blijven, temeer daar hij zich inmiddels als politiek tekenaar en illustrator een grote naam verworven had.

 

Pol Dom heeft tussen 1909 en 1956 in opdracht van diverse uitgeverijen honderden (kinder)boeken geïllustreerd, waaronder klassiekers als Afke’s tiental van Nienke van Hichtum, Kruimeltje van Chr. van Abkoude en De schippers van de “Kameleon”, het eerste deel uit de Kameleon-serie van H. de Roos. Vaak maakte hij ook de tekening voor de band en/of het stofomslag. Zijn stijl is direct herkenbaar: naturalistisch en fleurig, door het gebruik van vrolijke kleuren. Hij was de aangewezen tekenaar om een scène uit Adriaan en Olivier te verbeelden.

 

Links van de signatuur staat een nummer: 1676. Dat staat ook op het plaatje op het deksel, maar met een K ervoor. Het systeem van deze nummers was in juli 1941 door de bezettende macht ingevoerd. In verband met de toenemende papierschaarste en om controle uit te kunnen oefenen werd aan elke drukkerij een uniek nummer toegekend dat op alles moest worden vermeld wat gedrukt werd: van boeken tot bidprentjes, en dus ook puzzels. K 1676 was het nummer van de Nederlandsche Rotogravure Maatschappij in Leiden.

Leonhard Huizinga, portret door Mary Huizinga

 

De vraag is in welk jaar de Adriaan en Olivier-puzzel op de markt is gekomen, want K-nummers zijn na de oorlog nog enige tijd in gebruik gebleven. Vanaf augustus 1944 was het verboden papier of karton in meer dan één kleur te bedrukken. Dat zou dus kunnen betekenen dat de puzzel van voor die datum is. Maar gezien het feit dat het boek sinds eind 1941 niet meer mocht worden herdrukt, houd ik het erop dat de puzzel pas na de oorlog is gemaakt, al is het niet onmogelijk dat het tussen juli en november 1941 is geweest.

 

Adriaan en Olivier bleef onverminderd populair. Vanaf 1963 werd het boek opgenomen in de Salamander-reeks en ook nu weer vele malen herdrukt. In 1967 verscheen een gebonden uitgave bij de Nederlandse Boekenclub in ’s-Gravenhage, met zwart-witillustraties van Jan Kruis. Hoe aardig die ook zijn, ze halen het niet bij de legpuzzel van Pol Dom.