De lotgevallen van een reissecretaire

door Dick Welsink

Op welke leeftijd is Jacques Perk (1859–1881) serieus begonnen met schrijven? Volgens zijn tante Betsy Perk, schrijfster en feministe, die in 1902 een biografie, of liever gezegd een hagiografie, over haar neefje heeft gepubliceerd, verraste hij zijn moeder als negenjarige al met een versje bij haar verjaardag dat vergezeld ging van een fotootje waarop hij ernstig kijkend poseert.

 

Drie jaar later (hij was toen twaalf) schreef hij een gedicht dat blijk gaf van zijn grote taal- en rijmvaardigheid:

Oei-rijm

 

Daar nadert de Lente! o! zoo huppelend en tierig!

Wat draagt ze heur kleurige kleedje toch zwierig,

al schaatrend en giggelend, verbeuz’lend den tijd,

tot aanstonds de Zomer zegt: “Weg kleine meid”.

Kwansuis was ze zorgeloos met Winter aan ’t stoeien,

toen ze eenklaps dien brombeer omklonk met haar boeien,

en ’t watertje wenkte weer lustig te vloeien,

en wees naar de weiden de hunk’rende koeien.

Toen leerde zij ’t vogeltje ’t ei te bebroeien:

de planten voor ’t eerst zoo te geuren als bloeien;

de kwakkende kikkertjes vroolijk te roeien;

de fladdrende vlinders den vorst te verfoeien;

de brommende beer zich met honig te moeien;

de hupplende hazen als kinders te stoeien;

de kaaklende kippen het water verfoeien;

Ook smeekte zij ’t Zonnetje niets te verschroeien

en leerde zij tuinlui de lootjes te snoeien;

de schoolgaande kleuters de voetjes ontschoeien

om zich in naburige beek te vermoeien

en ’t vee in het weiland van weelde te loeien!

Maar dwingt ze viooltjes het eerst ook te bloeien.

Ze tracht door dit alles ons hart ook te ontgloeien,

opdat het van eerbied heel over zou vloeien,

voor ’t scheppend vermogen, dat alles doet groeien

en Lente ter neer zond om Winter te boeien.

Waaraan ik nog zou willen toevoegen: Je moet het maar kunnen zonder te knoeien.

Toegegeven, het is jeugdwerk, maar de dichter van de vermaarde regels ‘Ik ben geboren uit zonnegloren / en een zucht van de ziedende zee’ kondigt zich er al in aan.

 

Tijdens een wandeling met zijn tante op nieuwjaarsdag 1875 ontvouwde Jacques haar zijn plannen: hij zou officier worden, dan had hij vrije tijd genoeg om aan zijn eigenlijke wens gehoor te geven, namelijk schrijver worden. Eind januari openbaarden zich echter de eerste verschijnselen van de ziekte waaraan hij op 22-jarige leeftijd zou bezwijken: tbc. Tijdens een avondconcert kreeg hij een bloedspuwing. De huisarts schreef hem absolute bedrust voor en langzaam knapte hij op.

In hetzelfde jaar heeft hij de reissecretaire gekregen of zelf aangeschaft die zich nu in de collectie van het Literatuurmuseum bevindt. Nauwelijks leesbaar staat in de houten rand aan de bovenzijde van het met groen vilt beklede schrijfblad: ‘J. Perk 1875 Amsterdam’. De tekst is er met ongeoefende hand met een scherp voorwerp in geprikt. Het is opmerkelijk dat op het opengeslagen schrijfblad in schoonschrift ‘Perk 1876’ staat. Een verklaring voor dit verschil kan ik niet geven. Mogelijk heeft Jacques de reissecretaire als cadeau op zijn zestiende verjaardag (10 juni 1875) gekregen en er toen op enigszins onbeholpen manier zelf zijn naam en woonplaats in geprikt. Ontevreden met het resultaat heeft hij er later door een professional een nieuw eigendomsmerk in laten zetten.

Jacques Perk in 1881

Nam hij de reissecretaire mee op vakantie naar Luxemburg in de zomer van 1878? De reis ging per trein van Amsterdam via Utrecht naar Luik waar de nacht werd doorgebracht in een hotel. Vandaaruit werd de  volgende dag een uitstapje gemaakt naar Chaudfontaine. Terug in Luik stapte de familie op de trein naar Diekirch, de plaats van bestemming, gelegen in het dal van de Sûre. Dit plaatsje in het hart van de Ardennen was, en is nog altijd, een geliefd vakantieoord. Jacques was diep onder de indruk van het landschap, met zijn snelstromende beken en bosrijke hellingen. Maar nog meer onder de indruk was hij van de dochter van de hotelhouder, bij wie hij echter een blauwtje liep.

In december 1878 debuteerde hij met het gedicht ‘Mijn scheepje’ in het tijdschrift Nederland. Het was meer een proeve van bekwaamheid dan een voortbrengsel van een bevlogen dichter. Tot zijn teleurstelling waren de reacties dan ook tamelijk kritisch.

In juli 1879 bracht het gezin Perk de vakantie door in de Belgische en Luxemburgse Ardennen. Opnieuw was Jacques geïmponeerd door het landschap. Een van de andere gasten in het hotel waar ze verbleven, was Oscar Wilde die de aandacht trok door de manier waarop hij zich kleedde en gedroeg. Maar Jacques’ belangstelling ging meer uit naar een meisje uit Brussel, Mathilde Thomas. Zij werd voor hem een muze voor wie hij een liedje schreef. Hij moest echter afscheid van haar nemen, omdat de familie doorreisde naar Diekirch. Daar vatte hij het idee op een aan haar gewijde cyclus sonnetten te schrijven. Hij begon er nog tijdens de vakantie aan (de reissecretaire kwam goed van pas) en zette zijn arbeid onverdroten voort na terugkeer in Amsterdam.

 

Eind 1879 had hij de cyclus voltooid en stuurde hij het handschrift op naar uitgeverij A.W. Sijthoff te Leiden. Tot zijn teleurstelling zag de firma geen brood in een uitgave van de bundel. Ook de sonnetten die hij eerder naar de tijdschriften Nederland en De Nederlandsche Spectator had gestuurd, werden niet geplaatst. Dat weerhield hem er echter niet van door te gaan met schrijven.

Een belangrijke gebeurtenis in Perks leven was zijn kennismaking in mei 1880 met Willem Kloos met wie hij al snel bevriend raakte. Deze vriendschap inspireerde hem tot het schrijven van een reeks van meer dan dertig sonnetten. Hij gaf Kloos de door Sijthoff voor publicatie geweigerde sonnettencyclus ter inzage en deze leverde commentaar. Samen met Kloos maakte hij een vakantiereis naar België, waar ze verbleven in Brussel, Luik en La Roche-en-Ardenne.

 

In januari 1881 leerde Jacques Perk de drie jaar oudere Joanna Blancke kennen. Zij was de zus van Jan Blancke, de verloofde van zijn zus Dora. Hij werd verliefd op haar en daarom was er geen plaats meer voor Kloos met wie hij in april de vriendschap verbrak. Hij begon aan het omwerken van de oorspronkelijk aan Mathilde Thomas gewijde sonnettencyclus, maar Joanna weerde zijn toenaderingen af. Kort na zijn 21ste verjaardag verloofde zij zich officieel met een ander.

Deze nieuwe teleurstelling in de liefde zou Perks toch al broze gezondheid ondermijnd kunnen hebben. Hoe het ook zij, eind september werd hij ziek, en na een lijden van ruim een maand overleed hij op 1 november tegen vijven in de namiddag.

De reissecretaire bleef sindsdien onaangeroerd.