Fanmail aan Annie M.G. Schmidt: ‘Kunt u geen nieuw verhaal maken of is dat te moeilijk?’

door John-Alexander Janssen

Annie M.G. Schmidt heeft talloze harten doen zingen, maar er ook heel wat gebroken. Ze kon onmogelijk ingaan op alle verzoeken waaronder haar lezers, jong en oud, haar bedolven. Een duik in de doos met fanmail.

 

Kinderboeken: een van de meest onderschatte gelukjes van het ouderschap. Die te ontdekken en, vaak ook, te herontdekken. Wie kinderboeken zegt… Het is wat ik met veel van mijn generatiegenoten – en anderen! – gemeen heb: we weten wie Abeltje, Jip & Janneke, Pluk, Otje, Dikkertje Dap, Minoes en de spin Sebastiaan zijn en ga zo maar door. Nu ik vijfendertig ben en kersvers vader, besef ik pas goed dat al deze creaties uit één pen voortvloeiden. De magische pen van Annie M.G. Schmidt.

Wie is niet opgegroeid met de eigenwijze kinderen van Annie M.G. Schmidt? Ter ere van het 25-jarig bestaan van het Kinderboekenmuseum krijgen ze een permanente, interactieve tentoonstelling. Vanaf 8 december!

Haar zinnen kraken van plezier. Haar personages dansen, buitelen, zwenken, hotsen en botsen, en ’t is vaak pure blijdschap die oplaait bij het lezen van haar werk.

Het staat dan ook als de Petteflet boven water: Schmidt heeft talloze harten doen zingen. Maar als íets duidelijk wordt bij het bekijken van haar fanmail in het archief van het Literatuurmuseum, dan is het wel dit: ze moet er ook heel wat hebben gebroken.

Neem briefschijfster Corrie van Veenen:

 

Achlum 20 februari 1968

 

Geachte mevrouw Schmidt,

 

Graag wil ik u zeggen dat ik uw verhalen ‘Ja zuster – nee zuster’ heel erg mooi vind. Ik las vanmiddag in de krant dat u geen tijd hebt om er verder aan te schrijven. Dat zou ik heel erg jammer vinden. Kunt u nog van mening veranderen?

 

Met hartelijke groeten,

Corrie van Veenen

Of deze twee:

 

Beste mevr. Schmidt,

 

Aangezien wij grote bewondering voor u koesteren (…). We zijn twee lyceïsten uit de vierde klas (…). We hebben practisch al uw boekjes gelezen (…) We zouden dolgraag eens persoonlijk met u kennismaken (…). Als u bij het lezen van de eerste regels dit epistel niet in de prullenbak heeft gedeponeerd zou u dan (als u wilt) terug willen schrijven naar: Myriam Bos en Suzan Delfos.

 

Of deze: 

 

Geachte mevrouw Schmidt,

 

Wat is ‘Wiplala’ toch een heerlijk boek! Het was nu de vierde maal, dat ik het aan een klas voorlas en wéér genoot ik van het begin tot het einde mee (…). Nu stelde ik de kinderen voor, u te schrijven en dat wilden ze allemaal graag (…). Rik, een druk jongetje met verbaasde ogen, is zó blij dat u dit boek hebt geschreven: ‘want anders hadden wij niet kunnen lachen.’ We hopen dat u temidden van uw vele werk en lectuur even een moment zult vinden om de brieven van deze dankbare derdeklassertjes te lezen.

 

Met hartelijke groet en dank,

Co Scheurkogel, onderwijzeres

 

Niet alleen meisjes en vrouwen schreven haar. Ook jongens. En op bijna iedere brief tref ik een antwoord aan. Niet persoonlijk, maar op de typemachine getikt door haar impresario. Helemaal in haar geest.

 

Beste Corrie,

 

(…) mevrouw Schmidt, voor wie wij de correspondentie verzorgen, vraagt ons je te bedanken voor je aardige brief. Helaas moet mevrouw Schmidt bij haar standpunt blijven om met de serie ‘Ja zuster, nee zuster’ te stoppen. Je moet deze serie maar als een vakantie beschouwen, immers wat fijn is duurt altijd te kort.

 

Met vriendelijke groeten

 

Sommige fans pakten het rigoureuzer aan.

 

Ik ben Jacqueline Rosenbach een leerlinge van de eerste Montessori Mavo. Wij hebben voor de eerste klas een boekenproject gemaakt (…). Mijn vriendin en ik hebben Minoes gekozen. Ik vindt het een ontzettend goed en leuk boek. Er worden in het boekenproject de volgende punten gevraagd:

 

            - Zoek de hoofdpersoon

            - Waar speelt het Verhaal

            - Is het een egt of een fantasie verhaal

            - Hoefeel hoofdstukken

            - Hoe begint het en hoe eindigt het

            - Waar zit het hoogte punt

 

(…) Nu wou ik u vragen of u deze vragen ook wou beantwoorden. Niet om het mij zelf te vergemakelijke maar dat lijkt mij gewoon erg leuk om het van de schrijfster zelf te horen (…) En hiermee sluit ik mij brief, en hoop een briefje terug te krijgen en veel succes met u volgende boek. Oh ja, mijn adres is… PS. Hiermee sluit ik de verzentkosten.

Het antwoord laat zich raden. Net als het antwoord aan ene Matthijs Bakker, die zijn eigen werk ter beoordeling aan haar opstuurde; aan Mario Hoogendoorn, die ook niet wilde dat Ja zuster, nee zuster van de televisie verdween; aan Job Hogeweg die met hetzelfde doel ‘namens heel tv-kijkend Nederland’ een handtekeningactie begon en er negentig verzamelde en opstuurde; aan de zevenjarige Caro – ‘maar kunt u dan geen nieuw verhaal maken of is dat te moeilijk?’ – Cohen en aan Corrie Koenekoop, die schrijfster wilde worden en Schmidt vroeg om wat verhalen van haar te lezen – ‘let u alstubliefd niet op de typefouten, want zo denderend goed typen kan ik ook weer niet’ – en aan vele anderen.

 

Het is te hopen dat iemand de brieven aan haar voorlas. Wat moet ze hebben gegniffeld. Net als Lieke, die zo graag nog een boekje van Jip en Janneke wilde, want ze had ze alle vijf.

Zij bofte.