In de loopgraaf van je levenslijn – gedichten geïnspireerd op beeldend werk van Rogi Wieg

Op 15 juli is het vijf jaar geleden dat Rogi Wieg overleed. Hij liet woorden met beelden vervloeien; naast schrijver, dichter en essayist was hij ook beeldend kunstenaar. Voor het Literatuurmuseum liet Ellen Deckwitz zich in 2017 door zijn beeldende werk inspireren tot een vierluik gedichten. Hier zijn ze allemaal te lezen.

 

 

ISOLATIE

 

Voor zover ik wist was Jezus enig kind,

niemand die kan zeggen hoe

het er bij hem thuis aan toeging.

 

Zijn ouders torsten een kroontje van licht

op hun hoofd, maar wat zijn heiligen

nog tegenwoordig: slechts door anderen

tot doorzetter verklaard.

 

Jouw ouders bedachten Biotex.

Daarmee kun je iedere vlek

uit je stof trekken. Tot er peeswit laken

overblijft, om met het hele gezin aan te ontbijten.

 

Ik denk aan al die heiligen, families opgesloten

in hun rozenvensters. Met glasverf bracht men

hun wonden aan. Ze bestaan uit gesmolten zand.

 

Ze worden bijeen gehouden door lood

terwijl ze naar beneden staren. Het is iets

waarvan je nooit zeker weet of het plaats vond

of dat je het slechts hoopte:

 

mensen om elkaar heen als isolatielagen,

een gezin verzameld rond een plasje ijswater,

zichzelf er niet in ziend.

 

 

PALMTAKKEN

 

Er waren betere dagen, maar je weet nooit

welk deel daarvan aan de dag, en welk deel

aan de medicatie lag. Maar houd je vast

aan een vrouw

 

die in een schaal waarin eens bonsaibomen

werden gesnoeid, nu palmtakken kweekt. 

 

Rogi Wieg, 2007 (collectie Literatuurmuseum)
Rogi Wieg, 200X (collectie Literatuurmuseum)

 


 

BALTS

 

Je handen waren mat van het graven,

veranderd in een negatief

van hoe je er doorgaans het liefst

mee voor de dag kwam. In de loopgraaf

 

van je levenslijn had zwarte aarde zich

verzameld, rouwrandjes onder je nagels

alsof eronder een donkere zon al

opkwam. Je greep het Siberisch krijt vast

 

(soms, als je echt moe was, dacht je

aan het feit dat men houtskool vroeger

niet voor tekenen gebruikte, eerder

voor het vervaardigen van buskruit)

 

zette wat lijnen en je was het alweer zat,

de horizon begon langzaam te wiebelen,

de tanden rammelden in je schedel en

uit je mond gutste de adem al. De bel ging

 

en je hief je hand om de zoveelste

uitnodiging aan te nemen voor het bal

waar hartslag en lachen tegenover elkaar

stonden voor hun nog onbegonnen balts.

Rogi Wieg, 2006 (collectie Literatuurmuseum)

 


 

ONYX

 

Voor de zoveelste keer word je wakker

in je eigen lichaam. ‘s Nachts

hebben schadelijke overtuigingen

zich als botten teruggezet,

 

werd de serotoninekraan weer dichtgedraaid.

Waar zijn de al die stofjes

 

die je nog nooit in het echt zag, slechts

wat ze met je dromen deden als je er niet bij was.

Je slaapkamer is een tombe, de zon is hartvormig

 

en heeft de lichtkracht van een ondervraaglamp.

Je weet niet met welk antwoord je nog wegkomt:

 

            Op elke spier zit een wielklem.

            Buiten ontploffen wolken.

 

Op je pyjama draag je weer die broche

met roosgeslepen onyx.

Rogi Wieg, 2002 (collectie Literatuurmuseum)

 


 

ONTSLAG

 

Er is een boom waar vogels en kruizen

uit groeien en soms lijken de dekstenen

van graven op doodgewone kelderluiken,

 

even naar beneden voor het plunderen

van de voorraadkamer, om daarna verzadigd

weer boven te komen.

 

Dan lijken de wolken soms nog wel wat

op smeulende kolen, ben je even niet die asvlok,

dwarrelend door de stegen

 

om elke hoek de hoop iemand tegen te komen

die de handdoek uit de ring raapt. Die de handdoek

om je heen slaat.

 

Iemand die uit de lucht zwaard en weegschaal plukt,

ze omsmelt tot pen.

 

Ik zou je nog heel veel kunnen vragen over liefde.

Je zou zeggen dat je daarvan allang ontslagen bent

en je hand heffen.

 

Ja, ze is ontveld, lach je, maar daardoor ook van vuil

ontdaan, ze kan nog reiken.

Rogi Wieg, 2002 (collectie Literatuurmuseum)

 

Bekijk hier de losse gedichten:

 

Isolatie - Palmtakken

Balts

Onyx

Ontslag