‘Voor mijn beste vriend Paul van Loon’ – fanmail aan een favoriete griezelschrijver

Wie heeft er in de jaren negentig een brief aan Paul van Loon geschreven? Grote kans dat die nu bewaard ligt in het Literatuurmuseum. Alma Mathijsen spitte acht dozen fanmail door en vond ouderwetse fans, echte griezelfanaten, aspirant-schrijvers en kinderen die misschien een beetje eenzaam waren. 

 

Als kind wilde ik me wapenen tegen het kwaad. Ik was toch al een bang kind, Paul van Loon bood handvatten. Ik had Het griezelhandboek minstens twintig keer herlezen, zo wist ik zeker wat ik moest doen mochten er ooit vampiers of geesten aan mijn bed verschijnen. Mijn moeder was na een tijdje verbijsterd: ‘Waar blijft die knoflook toch?’ stamelde ze voor de zoveelste keer, terwijl ze tussen de uien zocht. Dan gniffelde ik, want het lag allemaal onder mijn matras om de bloedzuigers met puntige tanden op afstand te houden. Ik kan me niet herinneren of ik ooit een brief aan Paul heb geschreven. Misschien vond ik dat iets te spannend. 

 

Nu, vijfentwintig jaar later, duik ik de archieven van het Literatuurmuseum in om de fanmail aan Paul van Loon uit te pluizen. Alle brieven heeft hij bewaard, in totaal acht dozen met in elke doos vijf of zes mappen, in elke map meer dan honderd brieven – en dat is alleen uit de jaren negentig. Het was het begin van zijn Griezelbus-succes: het eerste van uiteindelijk zeven delen verscheen in 1991, het tweede in 1994. Bijna elke brief gaat over De Griezelbus.

 

Intuïtief kies ik acht mappen uit, waarvan ik alle brieven lees. Al snel wordt duidelijk dat de brieven in een aantal categorieën onder te verdelen zijn. 

De ouderwetse fans


Zij vragen om een handtekening en vaak ook om een foto. Internet bestaat nog niet, dus veel van de kinderen willen weten hoe Paul van Loon er in het echt uitziet. En of het echt waar is dat hij alleen in de nacht schrijft. Soms vragen ze om gratis boeken, anderen willen weten of hij zelf kinderen heeft. Ze willen vooral zoveel mogelijk informatie over de schrijver opslurpen.

 

De griezelfanaten


Deze kinderen willen niets liever dan griezelen. Sommigen lezen zijn boeken expres zo laat mogelijk omdat ze dan nog banger worden. Ze scheppen op dat ze helemaal geen nachtmerries krijgen. Hoe enger de verhalen, hoe beter. ‘Ik vond je boek heel spannend,’ schrijft Esther uit Vijfhuizen, ‘vooral Loena met het oog en de vingertaart.’ Ze heeft er tientallen griezels bij getekend, sommige missen een oog of tanden, andere dragen een bebloede cape. 

 

De aspirant-schrijvers


‘Wij hebben dus een probleem. Wij willen een boek schrijven, maar helaas weten we niet hoeveel dat kost, en hoe je het moet maken. Mogen kinderen van rond de 10, 11 jaar al schrijven?’ staat in de brief van Annemie en Nicky. Paul krijgt toestemming om het antwoord per brief mee te delen of hij kan hen bellen. Daphne uit Oudkarspel wil later ‘schrijfster of kraamverzorgster’ worden, dat is kennelijk geen tegenstelling. Sommige kinderen sluiten hun brief simpel af met: ‘Later wil ik ook schrijver worden.’ 

 

De criticasters


Kinderen kunnen net als volwassenen muggenziften. Waar volwassenen vooral over anderen tegen de buurvrouw lispelen, durven kinderen rechtstreeks te muggenziften tegen degene om wie het gaat. Pete uit Hasselt (12) recenseert elk hoofdstuk van De Griezelbus afzonderlijk. De meeste vindt hij ‘vreselijk eng’ en ‘goed omdat er zoveel gebeurt’. Maar hoofdstuk 5 vond hij ‘persoonlijk niet zo echt griezelig. Sorry.’ Sofie uit Gent plaatst één kritische noot: ‘Ik moet wel zeggen dat ik nog nooit flauwgevallen ben als ik je boeken lees.’ Geertje uit Nistelroode vond De Griezelbus 2 beter dan De Griezelbus 1: ‘Waarom? Weet ik niet.’ 

 

De suggestieven


Veel kinderen durven te vragen wat ze verlangen. Meestal is dat vrij eenvoudig, zoals de wens van Marijke uit Wolteren: ‘Wilt u mijn naam een keer in een van uw verhalen gebruiken? Dat zou ik gaaf vinden.’ Ik geloof niet dat Paul hier ooit aan toe heeft gegeven. Sommigen gaan wat verder: ‘Ik zou het ook leuk vinden als u ook een griezelverhaal zou schrijven met paarden,’ schrijft Sofie uit Monnickendam, al noemt ze zichzelf liever ‘griezelgek’. 

 

De eenzamen


Dit zijn de brieven waarvan mijn hart breekt. Het zijn kinderen die misschien gepest worden en zichzelf herkennen in de karakters uit de boeken. Esther uit Nieuwland schrijft dat ze het niet erg zou vinden als een klasgenoot net als de pestkoppen Bastiaan en Eric uit De Griezelbus zijn vingers kwijt zou raken. Onder de eenzamen schaar ik ook iemand met de naam Laghzazla. Hij heeft meerdere brieven geschreven die hij consequent afsluit met: ‘Voor mijn beste vriend Paul van Loon’. Morgen gaat hij verhuizen, schrijft hij, en hij heeft al tegen de nieuwe bewoners gezegd dat wanneer er een brief van Paul komt, ze die zeker naar hem moeten sturen. 

 

Ik weet niet goed tot welke categorie ik behoord zou hebben mocht ik toch een brief hebben geschreven. Ik zou willen horen bij de aspirant-schrijvers, maar ik wilde als kind helemaal geen schrijver worden. Ik denk dat ik eerder tot de eenzamen behoorde. Al zou ik mezelf misschien niet zo noemen. Het liefste speelde ik alleen thuis en las ik nieuwe verhalen van Paul van Loon. 

 

Want uiteindelijk sluiten alle kinderen hun brieven op min of meer dezelfde manier af: Schrijf alstublieft trug en schrijf nóg een leuk boek he!!
 

Alma Mathijsen met Paul van Loon op de Griezelbusdag in het Literatuurmuseum in 2016