Wie een goede film probeert te maken, vermoordt het boek

Van de liefdeslijn die was bedacht voor een verfilming van Kruistocht in spijkerbroek, gruwde Thea Beckman. ‘Blijkbaar kan er tegenwoordig geen film meer gemaakt worden zonder romance,’ schreef ze in 1991.

 

Dertien jaar geleden ging Crusade in Jeans in première, naar het boek Kruistocht in spijkerbroek (1973) van Thea Beckman. De door Ben Sombogaart geregisseerde film is Engelstalig, zodat hij ook in andere landen uitgebracht kon worden, wat nodig was om het budget van ongeveer 11 miljoen euro (gedeeltelijk) te kunnen terugverdienen. De filmpremière van haar bekendste jeugdroman heeft Beckman niet meer meegemaakt, ze overleed in 2004.

 

Al eerder was een poging gedaan het boek, over de tiener Dolf die door middel van een tijdmachine in de middeleeuwen belandt en zich aansluit bij de Duitse kinderkruistocht van 1212, te verfilmen. De Vlaming Harry Kümel (regisseur van onder meer Monsieur Hawarden, Malpertuis, De komst van Joachim Stiller en Eline Vere) was het in 1991 ook van plan geweest. Samen met scenarioschrijver Patrick Pesnot schreef hij een treatment dat hij via uitgeverij Lemniscaat bij Beckman liet bezorgen. En hij stuurde Beckman een begeleidende brief.

 

In de eerste alinea van die brief schrijft Kümel: ‘het enige waar wij echt mee worstelen is de overvloed aan materiaal.’ Om vervolgens in de alinea’s hierna te vertellen wat hij en Pesnot allemaal van plan zijn toe te voegen en/of te veranderen aan het originele verhaal. Hij verwijst naar een paar ingrepen die ze zich gepermitteerd hebben in het treatment. Zo is er het idee vaak terug te keren naar de tegenwoordige tijd, is de uitvinder van de tijdmachine Dolfs vader geworden en willen ze, omwille van de geschiedenis en de Duitse coproducent (‘om begrijpelijke redenen’) de naam van het hoofdpersonage veranderen van Dolf in Rolf. Hij besluit de brief met de aansporing dat hij met enige spanning op haar antwoord wacht, ‘want onze hele constructie hangt daar van af’.

Beckman antwoordt dat ze het treatment ijverig bestudeerd heeft. Ze reageert op Kümels vragen en geeft tevens een inkijkje in haar schrijfproces:

 

Oorspronkelijk was mijn bedoeling Rudolf Wega als ‘toeschouwer’ te laten meetrekken, maar ik had niet op zijn eigenzinnigheid gerekend en vooral niet op zijn doorzettingsvermogen. Dat hij zich ging opwerpen als efficiënt organisator en een soort leider had ik zéker niet verwacht. Maar hij deed het en ik was tamelijk machteloos tegenover hem. (…) Dacht u dat schrijvers de baas waren over hun personages? Beslist niet! (...) Daarom moest ik een beetje lachen om uw geklaag over ‘gebrek aan structuur’ in het boek. Ik had niets in te brengen! Een boek als dit schrijft gewoon zichzelf.

Van zogenoemd geklaag door Kümel kan ik in zijn brief niks terugvinden. Ja, hij vraagt zich dingen af omtrent de structuur, hij deelt zijn beweegredenen met haar omdat hij haar deelgenoot wil maken van zijn gedachten daarbij. Trouwens, Beckman schrijft hem dat ze zelf eerst ook een structuur had bedacht en geschreven vergelijkbaar met die van Kümel. Uiteindelijk is die lijn geschrapt op verzoek van haar uitgever.

Blijkbaar schreef het scenario zichzelf niet. Dat is natuurlijk niet verwonderlijk, een adaptatie vraagt iets heel anders van een schrijver dan het creëren van oorspronkelijk werk. Hoe spreekt een personage tot je dat al ‘af’ is? Wiens avonturen al vastliggen, dat reeds ademt, maar dat je toch opnieuw tot leven moet brengen? Het is een dunne en vaak troebele lijn tussen eerbied hebben voor het origineel en autonoom je werk kunnen doen als bewerker. Gelukkig voor Kümel en Pesnot realiseert Beckman zich dit ook:

 

Ik ben mij er altijd van bewust geweest dat boek en film twee totaal verschillende media zijn. Wie een boek verfilmt en zich nauwgezet aan het boek houdt, maakt een slechte film. Wie een goede film probeert te maken, vermoordt het boek. Het een in het ander vertalen gaat nu eenmaal altijd met verlies gepaard.

Over de liefdeslijn die de scenarioschrijvers hadden bedacht, was Beckman niet te spreken:

 

Wat ik uit uw treatment lees is een zekere mate van sentimentaliteit, vooral op het einde. En daar gruw ik van. (...) Maar goed, blijkbaar kan er tegenwoordig geen film meer gemaakt worden zonder romance.

Toch heeft Kümel uiteindelijk Kruistocht in spijkerbroek niet verfilmd. Ook bij de door Ben Sombogaart wel gemaakte film wijkt het scenario, geschreven door Jean-Claude van Rijckeghem en Chris Craps, op verschillende punten af van het boek. Zo moet Dolf in het boek wennen aan de middeleeuwse taal, maar is er in de film geen verschil in de manier van spreken van Dolf en de middeleeuwers. In het boek gaat Dolf doelbewust naar de middeleeuwen, maar in de film maakt hij een fout in de datum – hij wil eigenlijk maar een kort moment terug in de tijd om een door hem verpeste voetbalwedstrijd over te kunnen spelen. Daarnaast verschijnt er in de film een iPod als belangrijk rekwisiet, een voorwerp dat in 1972, toen het boek verscheen, nog niet bestond.

 

Ook het einde is anders dan in het boek. Waar Dolf oorspronkelijk wordt teruggeflitst naar zijn eigen tijd, laat hij zich in de film weer terugflitsen naar 1212 om het meisje Jenne (niet bestaand in het boek) op te halen en mee te nemen.

‘… blijkbaar kan er tegenwoordig geen film meer gemaakt worden zonder romance’, schreef Beckman aan Kümel, en dat blijkt, want in de uiteindelijke verfilming zijn ze ook voor de romantiek gevallen.