Hendrik
de Vries

1951

Bijzondere-prijs
Hendrik de Vries (1896-1989) kreeg de bijzondere prijs 1951 voor zijn poëzie-essays.

‘Een essayprijs van ƒ 500 is voor de eerste maal aan Hendrik de Vries toegewezen voor diens in de laatste jaren verschenen, gebundelde en ongebundelde poëziebeschouwingen,’ schreef Het Parool. Het was inderdaad de eerste keer dat de Jan Campert-Stichting besloot een bijzondere prijs uit te reiken. De Vries had de laatste jaren ‘zeer de aandacht’ getrokken ‘door zijn indringende, subtiel ontledende en fraai geformuleerde poëzie-besprekingen en meer algemene beschouwingen over de dichtkunst zoals ook uit zijn artikelen in onze courant blijkt’, schreef Het Vaderland.  

 

Dichter Hendrik de Vries was een vroege surrealist en vitalist en werd geïnspireerd door de Spaanse cultuur. Hij debuteerde in 1920 met een bundel in eigen beheer, De nacht, waarmee hij direct opviel. Hij werd met Marsman en Slauerhoff een van de belangrijkste dichters van zijn generatie. Hij vertaalde vier bundels Spaanse poëzie en dichtte ook zelf in het Spaans (Coplas, 1935). Hij had zich de taal zelf eigen gemaakt en reisde tussen 1924 en 1936 veelvuldig naar Spanje, waar hij in ‘krotten, lawaaiige keukens en desolate kelders’ luisterde naar gezang ‘als een wapperende vlam of als een rauwe vloek’. In 1948 ontving hij de Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs voor Toovertuin. ‘In bijna geen der tegenwoordige jongeren’ zag die jury destijds ‘een talent, dat met dat van Hendrik de Vries in poëtische rijkdom kan worden vergeleken. Zijn dichterschap grondt zich op een geheel eigen geest, op andere bestanddelen van de ziel dan bij de moderne lyrici over het algemeen het geval is. Altoos heeft het droomleven, dit romantisch bestaan van de ziel, dat zich thans verwerkelijkt heeft in romancen, sproken en arabesken, de dichter geobsedeerd, maar hij was aan samenvatting van zo verborgen drangen nog niet toe, totdat zij zich thans in deze rijke bundel verbeeldingen baan braken.’ 

 

Hendrik de Vries was getrouwd met kunstenares Riek van der Zee en schilderde en tekende zelf ook – hij was lid van de Groningse kunstkring De Ploeg. Hij had zijn school niet afgemaakt en ontwikkelde zelf een brede belezenheid in de poëzie. In 1946 – ter gelegenheid van zijn vijftigste verjaardag – stelde de stad Groningen de tweejaarlijkse Hendrik de Vriesprijs in voor een buitengewone prestatie in de literatuur, met De Vries als eerste winnaar.  

 

Deze eerste essayprijs was verbonden aan een prijsvraag: de bijdragen moesten in de periode 1950-1951 verschenen zijn. 

Jury 

De jury bestond uit: Bert Bakker, J. Hulsker en Martinus Nijhoff.

 

Uitreiking

Aan de prijs was een bedrag van 500 gulden verbonden. De officiële uitreiking vond plaats op dinsdag 18 december 1951 in het stadhuis van Den Haag.    

 

Credits portretfoto: Edith Visser