Pierre H.
Dubois

1952

Bijzondere-prijs
Pierre H. Dubois (1917-1999) kreeg de bijzondere prijs 1952 voor Een houding in de tijd, een essaybundel die volgens de jury getuigde van ‘een gedegen studie’.

In Een houding in de tijd (1950) verzamelde Dubois zijn belangrijkste essays over o.a. Tsjechov, Henry Miller, Camus, T.H. Lawrence, Simenon en V.C. Gheorghiu. Daarnaast bracht hij twee persoonlijker, polemische essays: ‘Grandeur en misère van het auteurschap’ en ‘Een schrijver en zijn critici’.  

 

‘Een essayist met uitnemende kwaliteiten’ werd hij in het Haagse dagblad Het Vaderland genoemd. ‘Wie geen lippendienaar der muze is, doch waarlijk, oprecht en innig belangstelt in de litteratuur en alles wat daarmede in verband staat, moet (of hij wil of niet) kennis nemen van Pierre H. Dubois’ verzameling Een houding in de tijd,’ aldus J. Greshoff. ‘Dubois beoefent, met voortreffelijke uitslag, de verwaarloosde kunst van het essay. Hij verenigt, op gelukkige wijze, in zich de geestdrift van de jeugd en de bezonkenheid van de rijpe jaren. Hij paart een vurige overtuiging aan de voorzichtigheid, welke altijd bij een goed vakman behoort. Er gaat een onmiskenbaar overwicht uit van zijn proza, dat vlug en lenig, maar niettemin zeer nauwkeurig is. Wat mij persoonlijk in Dubois aantrekt is dat hij theoretisch en niet zelden didactisch is, zonder echter één minuut in de schoolmeesterstoon te vervallen.’ 

 

Voor S. Vestdijk, die het boek besprak in het Algemeen Handelsblad, ‘imponeert’ Dubois ‘door een fijngeschakeerde redelijkheid en een niet hoog genoeg te waarderen onpartijdigheid’.  

Dubois was dichter, schrijver, journalist, medeoprichter van literair tijdschrift Criterium en kunstredacteur van Het Vaderland. Hij publiceerde meerdere dichtbundels – zijn debuut was In den vreemde (1941) en in 1948 verscheen Quia absurdum – en een monografie over de schilder Willink. In 1952 bracht hij zijn debuutroman uit, Een vinger op de lippen, die door Greshoff een ‘niet-historische historische roman van een beklemmende hedendaagsheid’ werd genoemd en ‘het opmerkelijkste romandebuut van na de oorlog’.  

 

In zijn dankwoord wees Dubois erop dat literatuur ‘meer is dan een spel met woorden’. Hij stelde dat de schrijver een bepaalde verantwoordelijkheid heeft, een houding die voort moet komen uit het besef van de problematiek en geestelijke atmosfeer van zijn tijd. 

Jury

De jury bestond uit Bert Bakker, J. Hulsker en Martinus Nijhoff.

 

Uitreiking

Aan de prijs was een bedrag van 500 gulden verbonden. De reguliere prijzen werden in 1952 niet toegekend. De andere laureaten van de bijzondere en extra prijzen waren Theun de Vries, Bert Voeten, Maria Dermoût en mr. Abel Herzberg.  

De prijsuitreiking vond plaats op vrijdagavond 19 december 1952 in de raadzaal in Den Haag, bij de aanvang van de ontvangst die het gemeentebestuur aanbood ter gelegenheid van de tweede conferentie der Nederlandse letteren.   

 

Credits portretfoto: Eric Koch / Anefo / Nationaal Archief, CC0