K.
Lekkerkerker

1961

Bijzondere-prijs
Kees Lekkerkerker (1910-2006) kreeg de bijzondere prijs 1961 voor zijn ‘jarenlange en onvoorstelbaar moeilijke arbeid’ aan het verzameld werk van J.J. Slauerhoff. De jury wilde zijn ‘bewonderende toewijding’ nu in het openbaar erkennen.

Tekstbezorger en bibliograaf Kees Lekkerkerker bezorgde in 25 jaar tijd 8 delen verzameld werk en Slauerhoffs dagboek, ze verschenen in de periode 1941-1958 bij uitgeverij Nijgh & Van Ditmar. Slauerhoff was in 1936 overleden en Lekkerkerker – groot liefhebber van Slauerhoffs oeuvre – stelde zich per brief onmiddellijk beschikbaar bij de commissie die zich over de literaire nalatenschap zou buigen: D.A.M. Binnendijk, Menno ter Braak, N.A. Donkersloot, Jan Greshoff, H. Marsman en A. Roland Holst. Hij werd aangesteld als secretaris en als bezorger van het verzameld werk. 

 

‘Met voorbeeldige zorg en toewijding heeft K. Lekkerkerker zich van die schier onmogelijke opdracht gekweten,’ aldus de jury. ‘Hij heeft de, spreekwoordelijk geworden, onleesbare handschriften ontcijferd, hij heeft gedateerd en gerangschikt. Kortom: hij heeft Slauerhoffs volledige oeuvre voor diens talloze bewonderaars geheel toegankelijk gemaakt. En toen door allerlei omstandigheden de verdere uitgave van de Verzamelde werken, na het verschijnen van het zevende deel in 1954, in gevaar dreigde te komen, heeft hij het ondernomen, voor eigen rekening en in eigen beheer, eerst, in 1957, Slauerhoff’s Dagboek aan de reeks toe te voegen, en daarna, in 1958, alweer voor eigen rekening en in eigen beheer, die te voltooien met de uitgave van een achtste deel, n.l. Slauerhoff’s Critisch Proza.’ 

'Hij heeft Slauerhoffs volledige oeuvre voor diens talloze bewonderaars geheel toegankelijk gemaakt.'

In zijn dankwoord bij de prijsuitreiking vergeleek Lekkerkerker het werk van de tekstbezorger met de verpleging: ‘Als een ziekenverpleger verzorgt hij zijn zieke teksten, want ziek zijn ze bijna steeds, ziek geworden door de veronachtzaming en de eigengereidheid van redacteuren, correctors, typografische vormgevers, drukkers en uitgevers. Zijn studeerkamer is één groot verzorgingshuis. Hij is daarbij archivaris en bibliothecaris, ja schatbewaarder, die zijn schatten aan documenten en eerste drukken zorgvuldig bewaart en beheert. Met dat al een ontdekkingsreiziger in optima forma, thuis, al lezende, in zijn bureaustoel.’ 

 

Kees Lekkerkerker woonde een tijdlang in Brussel, waar hij werkte bij Het Hollandsche Weekblad en de net opgerichte uitgeverij Manteau. In 1939 bracht hij de bloemlezing In Aanbouw uit, met werk van de ‘allerjongste dichters en schrijvers’, ruim vijftig dichters en schrijvers uit de nieuwste literaire generatie. Eind 1940 kwam hij terug naar Nederland en werd redactieassistent bij uitgeverij Contact, waar hij tot 1947 zou werken. Hij was ook tekstbezorger voor het werk van Jacob Israël de Haan en werkte lange tijd als freelancer voor het Literatuurmuseum.  

 

Bij de Slauerhoff-herdenkingen op 5 oktober 1961 had de dichter A. Roland Holst Kees Lekkerkerker al een hulde gebracht omdat het verzameld werk zonder diens arbeid nooit verschenen zou zijn. 

Jury 

Van de jury onder voorzitterschap van A. Mout maakten deel uit: Bert Bakker, Pierre H. Dubois en Gerrit Kamphuis.

 

Uitreiking

Aan de prijs was een bedrag van 1.500 gulden verbonden. De prijsuitreiking vond plaats op vrijdagavond 8 december 1961 in het Haagse stadhuis.