C.J.E.
Dinaux

1964

Bijzondere-prijs
C.J.E. Dinaux (1898-1980) kreeg de Essayprijs 1964 voor zijn volledige kritisch en essayistisch oeuvre.

Dinaux’ kritische en essayistische kwaliteiten zijn ‘aan een lange ervaring getoetst, zoals zijn oordelen door een lange ervaring zijn gerijpt’, schreef de jury. Hij was ‘de ideale, onbevooroordeelde lezer’ en ‘een schrijver in de goede zin van het woord, iemand die in zijn kritieken en beschouwingen over anderen veel meer doet dan oordelen of verklaren, namelijk oproepen, een beeld scheppen voor de lezer van de wereld, het klimaat en de eigen sfeer van een kunstenaar. Zijn kennis van zaken en zijn belezenheid zijn grondig en uitgebreid, en het resultaat van een levenslange intieme omgang met de literatuur, die voor hem dan ook nooit literatuur, maar scheppende expressie van mensen is geweest.’  

 

Dinaux was al zo’n vijfentwintig jaar criticus voor diverse kranten en tijdschriften – Critisch Bulletin, Het Boek van Nu, De Groene Amsterdammer, Rekenschap en Maatstaf o.a. – en schreef wekelijkse kronieken over Nederlandse, Vlaamse en Duitse literatuur voor het Haarlems Dagblad en Het Vaderland. Een keuze uit zijn essays verscheen in 1958 ter gelegenheid van zijn zestigste verjaardag: Gegist Bestek.Benaderingen en ontmoetingen, uitgegeven door de Haagse uitgever A.A.M. Stols. Deel II, over de Vlaamse literatuur verscheen in 1961.  

 

‘In elk van deze beschouwingen heb ik getracht in het werk de mens te ontmoeten: de totaliteit van de auteur, in diens verhouding tot dat werk, tot de totaliteit van zijn werken, tot zichzelf, tot de literatuur als levensuiting, tot zijn tijd,’ schreef Dinaux in Gegist Bestek I. ‘En bij iedere poging tot benadering en toenadering, bij ieder treffen, deed ik van mijn kant al wat in mijn vermogen was om hetzij vriend of vijand, geestverwant of antipode, zonder voorbehoud tegemoet te treden: zijn taal te verstaan in zijn woorden, zijn persoon in zijn taal, het wezen van zijn kunstenaarschap in zijn persoon, zijn relatie met wat buiten en van deze tijd is, in zijn kunstenaarschap.’ 

 

Dinaux vertaalde werk van Walter Pater en van Thomas Mann – hij maakte de eerste vertaling van De Toverberg (1927) – en was bevriend met vele schrijvers en kunstenaars. 

Jury 

Van de jury onder voorzitterschap van A. Mout maakten deel uit: Bert Bakker, Pierre H. Dubois en Gerrit Kamphuis.

 

Uitreiking

Aan de prijs was een bedrag van 2.000 gulden verbonden. De prijsuitreiking vond plaats op maandagavond 21 december 1964 in het Haagse stadhuis.  

 

Credits portretfoto: Eric Koch / Anefo / Nationaal Archief, CC0