H.C.
ten Berge

1972

Bijzondere-prijs
H.C. ten Berge (1938) kreeg de bijzondere prijs 1972 voor zijn diensten aan de Nederlandse literatuur, met name voor zijn redactie van het literaire tijdschrift Raster.

In 1967 was Ten Berge de oprichter van Raster, waar hij veel buitenlandse nieuwe namen en oeuvres introduceerde en Nederlandse dichters een belangrijk platform bood. De bijzondere prijs werd hem toegekend voor de ‘veelzijdige, belangrijke, maar belangeloze dienst, op deze wijze aan de Nederlandse literatuur bewezen’.  

 

Ten Berge had zes jaar lang als enige redacteur Raster geleid en kondigde een maand voor de uitreiking het laatste nummer aan. Voor de jury gaf dat aanleiding om te wijzen op de unieke functie van Raster, waar geen ander literair tijdschrift op dat moment in voorzag. Het was een verzamelplaats van creatief en wetenschappelijk werk, waar het ‘verstandelijk element’ in de literatuur was versterkt zonder schade te doen aan de gevoeligheid, aldus het rapport. Dat was echter niet de enige functie: het blad creëerde ook een nauwe band tussen literatuur en literatuurwetenschap door het publiceren van ‘strukturele analyses, studies over linguïstiek, literatuurtheorie, verwante kunsten als film en muziek’. Daarnaast bracht het literaire, poëtische en literatuurwetenschappelijke stromingen uit het buitenland onder de aandacht – met een speciale interesse voor vreemde literaturen als het Japans, het Mexicaans of de letterkunde van de Inuit. 

 

De waarderende woorden hadden het tij niet kunnen keren. Tijdens de uitreiking bood Ten Berge burgemeester Marijnen de laatste Raster-aflevering aan, ‘waarvan de inkt nauwelijks droog was’, schreef de Volkskrant.  

 

In de inleiding van het nummer schreef Ten Berge over een ‘opgewekt afscheid’. Ondanks de breed gedragen mening dat ‘“de literatuur” in een impasse verkeert’, voorzag ook de laatste Raster in literatuur die ‘springlevend is en een grote verscheidenheid aan uitdrukkingsvormen kent. (…) De verscheidenheid ervan duidt zeker niet op “een impasse” of geestelijke armoede; zij is een pleidooi voor de instandhouding en ontwikkeling van een pluriforme kultuur, die thans echter door de allerwegen opdringende monokulturen – waarin de een de ander verdringt en overheerst – wordt bedreigd en opgeslokt.’ 

 

In het Nieuwsblad van het Noorden betreurde Ad Breedveld het wegvallen van Raster: ‘Daardoor verliest Nederland zijn beste informatiekanaal voor binnen- en buitenlandse theorieën over poëzie, proza en literaire kritiek. Een groot verlies, want er wordt toch al niet zo veel nagedacht door de literaire schrijvers in ons land over de constructie en de sociale funktie van hun teksten.’ 

 

H.C. ten Berge debuteerde als dichter met de bundel Poolsneeuw (1964). Voor zijn derde bundel Personages (1967) ontving hij de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs. Als prozaïst debuteerde hij met Canaletto en andere verhalen (1969), voor zijn roman Een geval van verbeelding (1970) kreeg hij de Prozaprijs van de gemeente Amsterdam. Hij was vertaler en essayist en doceerde aan de Akademie voor Beeldende Kunsten in Arnhem. 

Jury 

Van de jury maakten deel uit: Gerrit Borgers, Pierre H. Dubois, Jacques den Haan en Gerrit Kamphuis.

 

Uitreiking

Aan de prijs was een bedrag van 3.000 gulden verbonden. De uitreiking vond plaats op dinsdagavond 19 december 1972 in het Haagse stadhuis.   

 

Credits portretfoto: Wim Bannink