Rob
Nieuwenhuys

1973

Bijzondere-prijs
Rob Nieuwenhuys (1908-1999) kreeg in 1973 de bijzondere prijs voor zijn Oost-Indische spiegel.

Met Oost-Indische spiegel, wat Nederlandse schrijvers en dichters over Indonesië hebben geschreven vanaf de eerste jaren der Compagnie tot op heden had Nieuwenhuys een omvangrijk en uniek werk geschreven, oordeelde de jury. Waar de Indisch-Nederlandse letterkunde tot op dat moment nauwelijks onderzocht was, schreef Nieuwenhuys een uitgebreide en systematische handleiding.  

 

In zijn jaren als leraar in Batavia (tegenwoordig Jakarta) werd Nieuwenhuys onder zijn Indische leerlingen gewaardeerd om zijn ‘niet koloniale’ houding, en omdat hij hen wees op de belang van het eigen erfgoed. Deze houding werd ook door de jury geprezen: hij is ‘een geschiedschrijver die opvalt (…) door een kultuurhistorisch bewustzijn dat de specifieke eigenschappen en kenmerken van een geheel andere samenleving volledig laat meespreken’. 

 

Oost-Indische spiegel (1972) gaf een overzicht van drie eeuwen ‘Indische bellettrie’. Met meer dan drieduizend titels beschrijft Nieuwenhuys de literatuurgeschiedenis, van de eerste reisjournalen uit de zestiende eeuw tot de romans van Aya Zikken. Bij het publiek waren auteurs als Multatuli, Couperus, Daum en Du Perron al bekend, maar Nieuwenhuys plaatst hen tegen hun Indische milieu, noemt vergeten schrijvers en legt grotere verbanden.  

 

Voor C.H. Schaap was Nieuwenhuys ‘de juiste man’ om dit overzicht samen te stellen. ‘Het is een (cultuur-)historisch belangrijk werk geworden, waarin ook veel aandacht wordt besteed aan de sociale achtergronden en omstandigheden die de behandelde schrijvers tot hun werk brachten,’ schreef hij in De Tijd.  

‘een geschiedschrijver die opvalt (…) door een kultuurhistorisch bewustzijn dat de specifieke eigenschappen en kenmerken van een geheel andere samenleving volledig laat meespreken’

In 2013 beschreef Gerard Termorshuizen de grote invloed van Oost-Indische spiegel op de houding van Nederland ten opzichte van Indië. ‘Het is – achteraf bezien – een van de verdiensten van Nieuwenhuys geweest dat hij in de jaren vijftig en zestig, toen er over Indië een groot stilzwijgen hing – het gedwongen afscheid van de kolonie was immers een traumatische ervaring – , de herinnering daaraan door zijn publicaties levend heeft gehouden. Van niet minder belang was het, dat toen omstreeks 1970 die stilte werd doorbroken en de belangstelling voor Indië weer opbloeide, Nieuwenhuys zijn Oost-Indische spiegel kon laten verschijnen, een boek dat vervolgens voor velen de ontdekking van het tropische avontuur in de Nederlandse literatuur heeft betekend.’ (Biografisch Woordenboek van Nederland

 

Rob Nieuwenhuys was afkomstig van Semarang, maakte de Japanse bezetting mee en was van 1947 tot 1952 ambtenaar bij het ministerie van onderwijs in Djakarta. Hij was redactiesecretaris van het literaire tijdschrift Oriëntatie. In 1952 kwam hij terug naar Nederland. Nieuwenhuys publiceerde meerdere bloemlezingen, en onder het pseudoniem Breton de Nijs schreef hij de autobiografische roman Vergeelde portrettenuit een Indisch familiealbum (1954). Tussen twee vaderlanden (1959), een bundel essays over o.a. tempo doeloe en P.A. Daum, werd gevolgd door het fotoboek Tempo doeloe; fotografische documenten uit het oude Indië (1961). In 1975 zou Nieuwenhuys voor Oost-Indische Spiegel nog de Dr. Wijnaendts Francken-prijs ontvangen. 

Jury 

Van de jury maakten deel uit: Gerrit Borgers, Pierre H. Dubois, Jacques den Haan en Harry Scholten.

 

Uitreiking

Aan de prijs was een bedrag van 3.000 gulden verbonden. De uitreiking vond plaats op woensdagavond 19 december 1973 in het Haagse stadhuis.