P.N.
van Eyck

1947

Constantijn Huygens-prijs
Dichter, hoogleraar en criticus Pieter Nicolaas van Eyck (1887-1954) ontving de eerste Constantijn Huygens-prijs.

P.N. van Eyck schreef over buitenlandse en later Nederlandse literatuur voor het tijdschrift De Beweging van Albert Verwey. Hij was correspondent voor NRC in Rome en Londen en werkte vanaf 1918 bij het ministerie van Landbouw, Handel en Nijverheid. In 1935 volgde hij Albert Verwey op als hoogleraar Nederlandse taal- en letterkunde in Leiden. Van Eycks bekendste gedicht is ‘De Tuinman en de Dood’ uit 1925.

 

In 1947 publiceerde P.N. van Eyck zijn grote werk Medousa, een mythe, een gedicht in vijfduizend versregels, uitgegeven door de Haagse uitgever A.A.M. Stols. Stols zat in het bestuur van de in 1948 opgerichte Jan Campert-stichting – de prijs van 1947 werd met terugwerkende kracht toegekend. Op 11 maart 1948 schreef Stols aan Jan Greshoff: ‘Zaterdag, moet ik aan Piet van Eyck de Constantijn Huygensprijs (fl 2000,-) uitreiken. Ik ben tijdens de ziekte van Bordewijk waarnemend voorzitter der Jan Campert Stichting, die de litteraire prijzen der Gemeente ’s-Gravenhage uitlooft.’ Echtgenote Greet Stols schreef op 21 januari al aan Greshoffs vrouw Aty: ‘De nieuwzen van hier zijn, behalve dat we het druk hebben met de z.g. Haagsche kunstmaand, als eerste viering van het jubileumjaar van Den Haag dat Sander, deel van het bestuur van de “Jan Campert” stichting, er gisteren door gedrukt heeft, van de subsidie een Constantijn-Huygens-prijs in te stellen, ad. Fl. 2000, toe te kennen aan een litterator voor het gehele oeuvre, en dat de eerste gelukkige Piet van Eyck zal zijn, de welke daar heel verrukt mee.’

 

Voor Jan Hulsker, een van de juryleden, is Van Eyck ‘de grootste figuur van zijn schrijversgeneratie (…) als men de totaliteit van zijn letterkundige gestalte in aanmerking neemt: de dichter, de criticus en de wetenschapsman.’

Jury

De jury bestond uit: F. Bordewijk, Martinus Nijhoff, J. Hulsker.

Uitreiking

Aan de prijs was een bedrag van 2.000 gulden verbonden. De prijs werd door Stols als waarnemend voorzitter op zaterdagmorgen 13 maart 1948 aan Van Eyck uitgereikt in de trouwzaal van het Haagse stadhuis.

 

Credits portretfoto: Edith Visser