Jan
Engelman

1954

Constantijn Huygens-prijs
Jan Engelman (1900-1972) kreeg de Constantijn Huygens-prijs 1954 voor zijn gehele oeuvre, maar werd in de eerste plaats bekroond als dichter.

‘Engelman is een zanger,’ zo sprak de jury. ‘En al zijn poëzie is lichtvoetige en klare muziek. Hij zingt de lof van de aarde, met de blik ten hemel gewend. Zo doorschouwt hij, dat in de tuin van Eros de liefde Gods en tot God wordt beleefd.’

 

En Jan Engelman is een ‘gevoelig en waakzaam criticus’, onder andere voor het tijdschrift De Nieuwe Eeuw. In het bijzonder werden zijn gebundelde kunst- en architectuurbeschouwingen De Tors en Parnassus en Empyreum genoemd. Maar de jury eert hem ook om zijn belangrijke bijdrage aan de vernieuwing van het katholiek letterkundig leven in Nederland, die gestalte kreeg in het cultureel tijdschrift De Gemeenschap. Het tijdschrift was gericht op katholieke jongeren en Engelman was redacteur vanaf de oprichting in 1925 tot 1934; tot 1941 was dit blad leidend.

 

‘Hoewel Engelmans oeuvre veelzijdig mag heten – het bevat behalve de genoemde elementen nog vertalingen van poëzie, van operateksten, een mysteriespel en een episch gedicht – is het naar de omvang bescheiden. Zijn waarde heeft het desniettemin een blijvende plaats in het Nederlandse geestesleven doen verwerven.’

 

Vanaf 1953 was Jan Engelman docent Esthetiek en moderne kunstgeschiedenis aan de Maastrichtse Jan van Eyckacademie.

De toekenningen van de Jan Campert-prijzen werden pas in februari 1955 bekendgemaakt, en niet al in het najaar. De jury kampte met ‘diverse administratieve moeilijkheden’, zo meldde Het Vaderland, en voor de Vijverberg-prijs waren maar liefst 98 manuscripten ingezonden, die de commissie ‘voor een bijzonder langdurige en omslachtige taak plaatsten’.

Jury

Van de jury maakten deel uit: Bert Bakker, Pierre H. Dubois, A. Mout.

Uitreiking

Aan de prijs was een bedrag van 2.000 gulden verbonden. De officiële uitreiking vond plaats op donderdag 17 maart 1955 in het oude stadhuis van Den Haag, aan de Groenmarkt.

 

Credits portretfoto: Barend Rijdes