Hendrik
de Vries

1962

Constantijn Huygens-prijs
Dichter Hendrik de Vries (1896-1989) kreeg de Constantijn Huygens-prijs 1962 voor zijn oeuvre.

‘De Vries heeft zich een oorspronkelijk dichter getoond met een volkomen eigen visie, onimiteerbaar, sterk, rijk en eigenzinnig. Zijn poëzie heeft onze literatuur blijvend verrijkt,’ zo sprak de jury. 


De Vries publiceerde zijn eerste dichtbundel in eigen beheer, De nacht (1920), waarmee hij direct opviel. Hij werd met Marsman en Slauerhoff een van de belangrijkste dichters van zijn generatie. Menno ter Braak schreef over zijn poëzie: ‘Wie tot het dichtwerk van Hendrik de Vries wil doordringen, moet beginnen iedere gedachte aan betoog, moraliseren, zoetvloeiendheid, opzij te zetten.’ Hij was een vroege surrealist met zijn extatische droomgedichten en vertaalde vier bundels Spaanse poëzie. Hij schreef later ook gedichten in het Spaans (Coplas, 1935) en reisde tussen 1924 en 1936 veelvuldig naar Spanje, waar hij in ‘krotten, lawaaiige keukens en desolate kelders’ luisterde naar gezang ‘als een wapperende vlam of als een rauwe vloek’. 


Het Vrije Volk bracht vooral het ándere nieuws van de prijsuitreiking. ‘Sensatie tijdens de altoos zo rustige uitreiking van de prijzen van de Jan Campert-Stichting in Den Haag: de reportagewagen van de NRU vloog plotseling in brand. Persfotografen holden uit de raadzaal aan de Javastraat om er een plaatje van te schieten. Maar terwijl de rook van de brandende auto ook de raadzaal binnendrong, ging burgemeester Kolfschoten onverstoorbaar verder met zijn toespraak. (…) De fotografen waren net op tijd terug in de raadzaal om het moment te vereeuwigen, waarop burgemeester Kolfschoten de Groningse dichter Hendrik de Vries de Huygensprijs, 3000 gulden overhandigde.’


Behalve dichter was De Vries ook graficus en schilder, hij was grotendeels autodidact. Andere bekende dichtbundels van zijn hand zijn Lofzangen (1923), Spaansche volksliederen (1931), Atlantische balladen (1937), Robijnen (1944) en Toovertuin (1946). 


De Vries ontving van de Jan Campert-Stichting in 1951 de Bijzondere prijs voor zijn essays over poëzie en in 1956 een Extra prijs ter gelegenheid van zijn zestigste verjaardag. In Groningen, waar hij tot 1947 schrijver was voor het gemeentearchief, was in 1946 bij zijn vijftigste verjaardag de tweejaarlijkse Hendrik de Vriesprijs ingesteld, met De Vries als eerste winnaar. 

 

Jury

Van de jury onder voorzitterschap van A. Mout maakten deel uit: Bert Bakker, Pierre H. Dubois en Gerrit Kamphuis.

 

Uitreiking

Aan de prijs was een bedrag van 3.000 gulden verbonden. De prijsuitreiking vond plaats op woensdagavond 19 december 1962 in het Haagse stadhuis.

 

Credits portretfoto: Edith Visser