Jan
van Nijlen

1963

Constantijn Huygens-prijs
De Vlaamse dichter en essayist Jan van Nijlen (1884-1965) kreeg de Constantijn Huygens-prijs 1963 voor zijn oeuvre.

De poëzie van Jan van Nijlen behoort volgens de jury tot de ‘zuiverste en aangrijpendste van de Nederlandse literatuur’. ‘In het literaire leven is hij altijd wat op de achtergrond gebleven. Dat is niet slechts tekenend voor de terughoudendheid van zijn persoon, maar ook voor de pudeur van zijn poëzie. Zijn verzen ademen een soort “under-statement”, waarop menig criticus zich heeft verkeken, omdat zij in schijn minder zeggen dan in werkelijkheid. Maar in werkelijkheid zeggen zij veel, zeggen zij, zoals echte poëzie dat slechts kan, alles.’ 


Van Nijlen debuteerde in 1906 met Verzen. Zijn bundel De dauwtrapper (1947) droeg hij op aan zijn zoon, die in Duitse gevangenschap overleed. Thema’s in zijn werk zijn het gemis, de droom, de jeugd, de natuur en de angst. De jury vindt het opmerkelijk hoe zijn poëzie, ‘naarmate de ouderdom naderde, nog voortdurend zuiverder is geworden, een poëzie zonder literaire franje, zonder pose, geen dichterlijke en geen menselijke pose, zonder andere pathetiek dan die van de directe, volkomen, ontwapenende eerlijkheid’. 


Eén keer eerder werd een Vlaming onderscheiden, te weten Willem Elsschot. De jury zei met deze prijs niet alleen een groot dichter te willen eren, maar ook de eenheid van de Nederlandse letteren van Noord en Zuid onderstrepen. 


‘Dichter van de klare eenvoud’, kopte De Telegraaf. ‘Met de Huygens-prijs wordt zeker een dichter geëerd, wiens stem nooit luidruchtig, maar integendeel, altijd in stilte klinkt en voor wie luisteren wil is die stem helder en zuiver met een huiselijke toon en zoals Jan Spierdijk formuleerde: “met de glans van goede kamermuziek”.’

Jury

Van de jury onder voorzitterschap van A. Mout maakten deel uit: Bert Bakker, Pierre H. Dubois en  Gerrit Kamphuis.

 

Uitreiking

Aan de prijs was een bedrag van 3.000 gulden verbonden. De prijsuitreiking vond plaats op donderdagavond 19 december 1963 in het Haagse stadhuis.