Lucebert

1965

Constantijn Huygens-prijs
Lucebert (1924-1994) kreeg de Constantijn Huygens-prijs 1965 voor zijn gehele po√ętische oeuvre.

Dichter en schilder Lucebert speelde de leidende rol ‘in de vernieuwingsperiode van de Nederlandse poëzie, die als de beweging van ’50 bekend staat’, aldus de jury. ‘Met enthousiasme herkenden de schrijvers van de z.g. experimentele groep in zijn eerste gedichten reeds de spontaniteit, de verruiming en de intensiteit die zij voor een verdere ontwikkeling van de poëzie noodzakelijk achtten, maar die zij nog niet in zo’n sterke mate gerealiseerd hadden gezien. Luceberts poëzie was hierdoor een signaal en een stimulans voor een gehele dichtersgeneratie.’

 

In 1965 was Luceberts verzamelbundel 1948-1963 Gedichten verschenen, en de jury zag dat ‘hier met recht van een oeuvre gesproken kan worden, in de zin van een imponerend en samenhangend geheel’. Toen Lucebert in 1949 debuteerde met het gedicht ‘Minnebrief aan onze gemartelde bruid Indonesia’ presenteerde hij zich als voorman van de Beweging van Vijftig. In 1951 volgde zijn debuutbundel Triangel in de jungle / de dieren der democratie. Lucebert had drie keer de Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam ontvangen – voor de bundels Apocrief, De beulen en Terreur – en had acht bundels op zijn naam staan.

 

Maar hij was de jongste laureaat van deze oeuvreprijs tot dusver, en burgemeester Kolfschoten was het eigenlijk niet eens geweest met de keuze van het bestuur. Hij vond Lucebert te jong, en zijn poëzie te ontoegankelijk, schreef Janet Luis in Een onbekrompen schenken. Toch moest hij hem de prijs overhandigen. Het Algemeen Handelsblad rapporteerde over de avond van de uitreiking dat de burgemeester ‘in dubbele mate ernstig ontstemd’ nog tijdens het optreden van het jazzkwartet van Misha Mengelberg was opgestaan van zijn ereplaats en naar huis ging. Maar niet alleen hij had het er moeilijk mee, ook het Haagse publiek ‘toonde zich over het algemeen bijzonder geïrriteerd,’ schreef De Waarheid. ‘Terwijl Lucebert, die een groot bewonderaar van de jazzmuziek is, kennelijk tot zichzelf kwam, schoven velen met ontstemde gezichten op hun stoelen heen en weer.’

Jury

Van de jury maakten deel uit: Gerrit Borgers, Pierre H. Dubois, Gerrit Kamphuis, A. Mout en Adriaan van der Veen.

Uitreiking

Aan de prijs was een bedrag van 3.000 gulden verbonden. De prijsuitreiking vond plaats op woensdagavond 15 december 1965 in het Haagse stadhuis.

 

Credits portretfoto: Rob Bogaerts / Anefo / Nationaal Archief