M.
Vasalis

1974

Constantijn Huygens-prijs
Dichteres M. Vasalis (1909-1998) kreeg de Constantijn Huygens-prijs 1974 voor haar gehele oeuvre.

Wanneer M. Vasalis (ps. van M. Droogleever Fortuyn-Leenmans) de prijs ontvangt is ze hoogleraar psychiatrie aan de Rijksuniversiteit. Ze heeft dan al twintig jaar geen bundel meer uitgebracht, maar haar werk is ongekend populair. ‘Men leest het en herleest het (…) de recente publikatie van een nieuw gedicht in het tijdschrift Tirade wordt algemeen met vreugde begroet,’ aldus de jury. ‘De poëzie van Vasalis blijkt tegen vergetelheidskansen zoals beperkte omvang en lang zwijgen bestand te zijn. Een dergelijke evidentie getuigt van een ongewoon sterk dichterschap.’

 

Vasalis publiceerde drie bundels: Parken en woestijnen (1940, in 1941 bekroond met de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs), De vogel Phoenix (1947) en Vergezichten en gezichten (1954, Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam 1955). In 1936 waren haar eerste vijf gedichten geplaatst in het tijdschrift Groot Nederland en in 1939 verschenen zeven gedichten die ze schreef tijdens haar verblijf van negen maanden in de Karoo (Zuid-Afrika) in het tijdschrift Werk. Haar prozadebuut Onweer speelt ook in Zuid-Afrika en werd opgenomen in Drie novellen, het boekenweekgeschenk van 1940. ‘De eerste indrukken omtrent dit talent werden hierdoor verstevigd,’ schreef De Telegraaf in 1941. De novelle was, net als haar gedichten, ‘boeiend, suggestief en oorspronkelijk in hooge mate’.

 

‘Het is geen aangename poëzie, in de zin van gemakkelijke herkenbaarheid,’ stelde de jury. ‘De lezer kan zich niet nestelen in vertrouwde dichterlijke beschrijving. “Ik heb het angstig ondergaan, ik kwam er sterk en nieuw vandaan.”: in deze slotregels van de bundel Parken en woestijnen lijken schrijf- en leeservaring samen te vallen. Zij bevatten de paradox die als een constante deze poëzie doortrekt. (…) De aanzet van vele verzen bevat nog veel direct-herkenbaars: een geordende overzichtelijke wereld met links de zee en rechts het land, beneden een rimpelloos meer en boven violette wolken zonder onraad. Maar vrijwel steeds doet zich dan het paradoxale proces voor waarbij in de herkenbaarheid het mysterieuze zichtbaar wordt meestal in die concrete zin dat het waargenomene aanleiding wordt tot zelfanalyse en tot het oproepen van een raadselachtig bestaan.’

 

Na de Tweede Wereldoorlog was haar dichtader vastgelopen, zei Vasalis in haar dankwoord. In haar werk als kinderpsychiater leefde ze op ‘natuurlijke grootte’. ‘Wat mij na de oorlog overkomen is, komt hierop neer: een enorme relativering van mijn eigen lot, mijn eigen geluk of ongeluk, mijn meningen, oordelen, mijn kennis en mijn kommentaar. […] Ik moest voortdurend tot de konklusie komen dat mijn kommentaar volstrekt overbodig was en dat het geen zin had mijn lucifertje bij de brand af te strijken.’

Jury

Van de jury maakten deel uit: Gerrit Borgers, Pierre H. Dubois, Jacques den Haan en Gerrit Kamphuis.

Uitreiking

Aan de prijs was een bedrag van 6.000 gulden verbonden. De uitreiking vond plaats op donderdagavond 19 december 1974 in het Haagse stadhuis.

 

Credits portretfoto: Rob C. Croes / Anefo / Nationaal Archief, CC0