A.
Alberts

1975

Constantijn Huygens-prijs
A. Alberts (1911-1995) kreeg de Constantijn Huygens-prijs 1975 voor zijn gehele oeuvre.

Als schrijver van verhalen debuteerde A. Alberts na de oorlog in het literaire tijdschrift Libertinage. In 1952 verscheen zijn eerste verhalenbundel De eilanden, waarin het verhaal ‘Groen’ was opgenomen, dat bekroond werd met de Prozaprijs van de gemeente Amsterdam 1953. In 1953 verscheen ook zijn sterk autobiografische roman De bomen.

 

A. Alberts was de auteursnaam van Indoloog Bert Alberts. Hij werkte op het Franse departement van koloniën in Parijs voordat hij in 1939 bestuursambtenaar werd in Indië. Hij maakte de Japanse bezetting mee, zat gevangen in vijf Japanse kampen, keerde in oktober 1946 terug naar Nederland en nam in 1947 ontslag. Zijn oude studievriend Anton Koolhaas vroeg hem direct om bijdragen voor De Groene Amsterdammer en van 1953 tot 1965 was hij politiek redacteur van dit tijdschrift. In het kerstnummer van 1949 schreef hij het antikoloniale stuk ‘Afscheid van Nederlandsch Indië’. Tegenwoordig werkte hij voor het ministerie van Buitenlandse zaken.

 

In 1973 kreeg hij voor zijn oeuvre de Marianne Philipsprijs. Recentelijk waren zijn roman De vergaderzaal (1974) en de verhalenbundel Haast hebben in september (1975) verschenen.

 

Zijn eerste verhalen al gaven blijk van een ‘volstrekt eigen en meesterlijk talent’, volgens de jury. Alberts schrijft in laconieke, korte zinnen en weet een ‘perfect understatement’ te creëren, met zijn ‘haast droge nuchterheid en terughoudendheid’. Bijzonder is zijn ‘sterk poëtisch element dat wordt bereikt  door een stijleffect van beknopte beeldende expressie, die als een vervreemdende dagdroom werkt. (…) En een nieuw en sterk blijk hiervan vindt men opnieuw in zijn laatste, alweer korte, roman De vergaderzaal (…). Als bij zijn andere literaire werken bestaat de primaire stof hier uit werkelijkheid – in  dit geval inderdaad de vergaderzaal met de mensen die daarin bij elkaar komen, elk uit zijn eigen wereld. Maar het is een bedrieglijke werkelijkheid die onder de handen van de schrijver en de ogen van de lezer in een werkelijkheid van een ander gehalte verandert. Er groeit daardoor in de gewoonste dingen iets van een onafwendbare noodlotsdreiging.’

Jury

Van de jury maakten deel uit: Gerrit Borgers, Pierre H. Dubois, Jacques den Haan, Gerrit Kamphuis, Harry Scholten en Paul de Wispelaere.

Uitreiking

Aan de prijs was een bedrag van 6.000 gulden verbonden. De uitreiking vond plaats op vrijdagavond 19 december 1975 in het Haagse stadhuis.

 

Credits portretfoto: Hans Vermeulen