Alfred
Kossmann

1980

Constantijn Huygens-prijs
Schrijver Alfred Kossmann (1922-1998) kreeg de Constantijn Huygens-prijs 1980.

Kossmann debuteerde als dichter tijdens de oorlogsjaren. Zijn rijmprent ‘De vernietiging’ was in 1942 zijn eerste publicatie, in eigen beheer. In 1946 verscheen zijn eerste reguliere debuutbundel Het vuurwerkGedichten 1940-1965is een selectie uit zijn poëtisch werk. Zelf heeft Kossmann wel gezegd dat hij door de oorlog al snel ook proza is gaan schrijven. Hij was achttien toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak en verrichte van 1943 tot 1945 dwangarbeid in nazi-Duitsland, een ervaring waarop hij zijn roman De nederlaag (1950) baseerde. Het boek werd in 1951 bekroond met de Van der Hoogtprijs. 

 

‘Twintig jaar geleden, pedant dwangarbeider in Straatsburg, koos ik het toerisme als levenshouding en het schrijverschap als roeping,’ schreef Kossmann in De smaak van groene kaas (1965). ‘Een bijzonder tekenende uitspraak,’ vond de jury. Met de term ‘toeristische levenshouding’ is zijn hele oeuvre te typeren, en het understatement is een van de opvallendste kenmerken van zijn omvangrijke oeuvre. 

 

Al in De nederlaag was waarnemerschap zijn wezenstrek, schreef de jury. ‘Tegen het slot (…), wanneer de jonge intellectueel, dwangarbeider als hijzelf, in de apocalyptische chaos van het ten onder gaande nazirijk, onder zware sneeuwval en dreigende bombardementen op een spoorwegemplacement wissels sneeuwvrij moet houden, leest men de volgende passage: “Hij voelde zich heel vrij, op een oneigenlijke manier, door zichzelf kwijt te raken. Glimlachend stond hij zo, ongevoelig voor vermoeienis en kou en veegde de wissels schoon, alsof hij er niets mee uitstaande had.” Die laatste zinsnede is veelzeggend voor de positie van de auteur die Kossmann is geworden en die hem in staat heeft gesteld in een lange reeks romans en verhalen (…) afstandelijk, ironisch en niettemin met uiterst subtiele gevoeligheid, een beeld te geven van menselijke fenomenen, alsof hij er niets mee uitstaande had.’

 

Alfred Kossmann schreef ook reisverhalen en was van 1952 tot 1968 kunstredacteur voor dagblad Het Vrije Volk, na 1968 vaste medewerker. In 1972 werd hij blijvend invalide door een auto-ongeluk, wat terugkwam in de roman Laatst ging ik spelevaren (1973) en De seizoenen van een invalide lezer (1976). 

 

In 1980 verscheen de grote en aangrijpende roman Geur der droefenis. Een bewonderenswaardig tijdsbeeld, volgens de jury, door de ‘scherpe, zij het sombere schildering van mensen die in de oorlog volwassen geworden, door de gebeurtenissen, ontwikkelingen en bewustzijnsverschuivingen daarna, de tragiek van de werkelijkheid als onoplosbaar ervaren’.  

 

Vrije Volk-collega Ben Maandag schreef in de krant over de uitverkiezing: ‘Ik ken mensen, zeker in het Rotterdamse, die alles van Kossmann lezen en verzamelen. Ik ken er ook, die zeggen nog nooit iets van hem gelezen te hebben. Dat is jammer en dom.’

 

Jury

Van de jury maakten deel uit: Harry Bekkering, Pierre H. Dubois, Margaretha Ferguson, Han Foppe, Jacques den Haan, Gerrit Kamphuis, Anton Korteweg, André Matthijsse en Paul de Wispelaere.

 

Uitreiking

Aan de prijs was een bedrag van 8.000 gulden verbonden. De uitreiking vond plaats op vrijdagavond 19 december 1980 in het Haagse stadhuis.

 

Credits portretfoto: Edith Visser