Rob
Nieuwenhuys

1983

Constantijn Huygens-prijs
Essayist Rob Nieuwenhuys (1908-1999) kreeg de Constantijn Huygens-prijs 1983 voor zijn gehele oeuvre.

De jury prees Rob Nieuwenhuys, die bekend werd als chroniqueur van Nederlands koloniale verleden, om zijn ‘ruime visie en eigen geluid’ in zijn studies over Indische en Indonesische auteurs. Hij deed literaire ontdekkingen juist door verder te kijken dan alleen de fictie. Ook brieven, memoires, dagboeken en reisverslagen vormden een bron van onderzoek, net als de context waarin een werk tot stand was gekomen. Nieuwenhuys was afkomstig van Semarang, maakte de Japanse bezetting mee en was van 1947 tot 1952 ambtenaar bij het ministerie van onderwijs in Djakarta. Hij was redactiesecretaris van het literaire tijdschrift Oriëntatie, dat de culturele samenwerking tussen Nederland en Indonesië diende te bevorderen. In 1952 kwam hij terug naar Nederland. 

 

Nieuwenhuys publiceerde meerdere bloemlezingen en in 1972 het monumentale Oost-Indische spiegel. Wat Nederlandse schrijvers en dichters over Indonesië hebben geschreven vanaf de eerste jaren der Compagnie tot op heden. Hij droeg het op aan vriend en voorbeeld Edgar du Perron, die met zijn verzameling en grote kennis de basis had gelegd voor deze grote literatuurgeschiedenis. In 1973 ontving Nieuwenhuys voor Oost-Indische spiegel de bijzondere prijs van de Jan Campert-stichting en in 1975 de Dr. Wijnaendts Francken-prijs.

 

‘Zichzelf heeft Rob Nieuwenhuys bij herhaling gekenschetst als een mens tussen twee gebieden in,’ schreef de jury. ‘Tussen het vaderland Nederland en het moederland Indonesië, tussen west en oost, en wetenschap, tussen literatuur en geschiedenis, kortom: als “a marginal man” in velerlei opzicht. Bij het groeien van zijn omvangrijk oeuvre is echter gebleken dat deze positie van randfiguur niet zozeer een eventueel tragisch op te vatten onveranderlijk lot betekent, maar vooral kan worden gezien als een levenskrachtige bron van geestelijke ruimte en creatieve veelzijdigheid. Voor de Nederlandse letterkunde houdt dit laatste in dat Nieuwenhuys in menig opzicht grensverleggende arbeid heeft verricht.’

 

De jury noemde tot slot zijn fotoboeken Tempo Doeloe en Vergeelde portretten uit een Indisch familiealbum uit 1954, waarin zich net als in Een beetje oorlog (1979) ‘in thematiek en stijl een eigen schrijverspersoonlijkheid’ manifesteert.

 

Jury

Van de jury maakten deel uit: Harry Bekkering, Pierre H. Dubois, Margaretha Ferguson, Han Foppe, Jacques den Haan, Gerrit Kamphuis, Anton Korteweg, André Matthijsse, Harry Scholten en Paul de Wispelaere.

 

Uitreiking

Aan de prijs was een bedrag van 9.000 gulden verbonden. De uitreiking vond plaats op vrijdagavond 16 december 1983 in het Haagse stadhuis.