H.C.
ten Berge

1996

Constantijn Huygens-prijs
Schrijver en dichter H.C. ten Berge (1938) kreeg de Constantijn Huygens-prijs 1996 voor zijn gehele oeuvre.

H.C. ten Berge is ‘een man van de taal, die alles wat hij te zoeken en te zeggen heeft, gestalte geeft in constructies waarin de verschillende lagen ingenieus met elkaar verbonden zijn (…) in woorden die fonkelen van dubbelzinnigheid, en in een onorthodoxe, vaak betekenisvolle typografie’, aldus de jury. Zijn poëzie, verhalen en essays verweren zich tegen ‘het snelle, het gladde en het gelikte’ en zijn werk is ‘een genot voor aandachtige lezers, die zich een vreemdeling durven te voelen in hun eigen wereld’. 

 

Ten Berge debuteerde als dichter met bundel Poolsneeuw (1964) en was in 1967 de oprichter van literair tijdschrift Raster. Hij introduceerde veel buitenlandse nieuwe namen en oeuvres en bood Nederlandse dichters een belangrijk platform: ‘Raster-poëzie, zei men wel smalend, wanneer het intellectuele gehalte van deze poëzie ongemakkelijk aanvoelde. Het is inmiddels een erenaam’, vermeldde het juryrapport. De meest recente poëziebundel is Overgangsriten (1992). In 1969 debuteerde H.C. ten Berge als prozaïst met Canaletto en andere verhalen. Zijn bekendste roman Het geheim van een opgewekt humeur (1986) werd bekroond met de Multatuliprijs. 

 

‘Er wordt in Ten Berges werk veel gereisd, naar werkelijke plaatsen, maar vooral in de geest,’ schreef de jury. ‘Het doel van de reis – het niemandsoord – ligt op plaatsen die nog niet beheerst worden door massacultuur en westerse expansiedrang. Ten Berge is de gewetensvolle antropoloog, historicus en mytholoog onder de Nederlandse dichters, die ons ook langs andere wegen dan die van het gedicht heeft laten kennismaken met de poëzie en de (inmiddels ook vrijwel verdwenen) cultuur van Azteken, Inuit en Aboriginals, en met tegendraadse trekken van onze middeleeuwse cultuur. Reizen en schrijven zijn voor hem verversen van gedachtengoed.’ 

 

‘Het werk van H.C. ten Berge vertoont een zeldzaam sterke samenhang,’ schreef Stefan Hertmans in Het literair klimaat 1986-1992. ‘Je vindt er niet alleen, zoals bij wel meer auteurs, een centrale thematiek en een achteraf gezien logische ontwikkeling in terug. Je wordt als lezer ook voortdurend, bijna van pagina tot pagina, terugverwezen naar elementen, details, metaforen of chiffres uit ander werk, vaak letterlijk als citaten in de nieuwe tekst verpakt. Nu is dat werk bovendien zeer gevarieerd wat genres betreft: het gaat om poëzie, vertalingen, bewerkingen, een roman, verhalen, essayistiek en andere beschouwingen. Op geen enkel ogenblik kan je ook maar iets van deze “gebieden” afsplitsen of afzonderlijk bekijken: net zoals de reële gebieden op een kaart uit de Mythen en fabels van noordelijke volken moeiteloos overgaan in onder- of bovenaardse droomgebieden, zo is ook het tekstuele territorium van Ten Berge er vooral een dat gekenmerkt wordt door grensoverschrijdingen, omzwervingen, (schijnbaar) terugkeren op je passen, rechtsomkeert maken en toch elders terechtkomen.’ 

 

Ten Berge verzamelde en vertaalde sprookjes en verhalen van natuurvolken die in de jaren zeventig en tachtig in meerdere delen Mythen en fabels verschenen. In 1996 werd daarvan een bloemlezing uitgebracht: De mooiste mythen en sprookjes van Noordwest-Amerika. Gebundelde columns en essays verschenen in De honkvaste reiziger (1995) en in Vrouwen, jaloezie en andere ongemakken (1996). 

 

Jury

Van de jury maakten deel uit: Harry Bekkering, Hugo Brems, Han Foppe, Aukje Holtrop, Anton Korteweg, Janet Luis, Leonore van Prooijen, Nicolette Smabers en Ad Zuiderent.

 

Uitreiking

Aan de prijs was een bedrag van 10.000 gulden verbonden. De uitreiking vond plaats op vrijdagavond 13 december 1996 in Den Haag.

 

Credits portretfoto: Wim Bannink