Leonard
Nolens

1997

Constantijn Huygens-prijs
De Vlaamse dichter Leonard Nolens (1947) kreeg de Constantijn Huygens-prijs 1997 voor zijn gehele oeuvre.

Nolens debuteerde in 1969 met de bundel Orpheushanden en kreeg voor de bundel Liefdes verklaringen (1990) – ‘enkele van de krachtigste, meest ontredderende liefdesverzen van de Nederlandse poëzie’ volgens Nolens-kenner Hugo Brems – de Jan Campertprijs en in België de Driejaarlijkse Staatsprijs. Behalve elf dichtbundels publiceerde Nolens een reeks dagboekaantekeningen, getiteld Stukken van mensen: dagboek 1979-1982Blijvend vertrek: dagboek 1983-1989 en De vrek van Missenburg: dagboek 1990-1993. Recente dichtbundels zijn En verdwijn met mate (1996) en Honing en as (1994). 

 

Over het verband tussen de dagboekenschrijver en de dichter schreef Arjan Peters in de Volkskrant: ‘Dagelijks vraagt hij zich af wie hij eigenlijk is en hoe hij zich dient op te stellen tegenover de buitenwereld. Dat verbeten onderzoek levert, zoals bekend, gedichten op van een soms pijnlijke schoonheid.’ Hij ziet de dagboeken vooral als secundaire literatuur bij de bundels. ‘’t Is mooi om Nolens in 1991 te zien schrijven: “Nu pas, op je vierenveertigste, ben je in staat te schrijven als de adolescent die je was”, en dat te kunnen verbinden met de cyclus “Achttien” uit (…) Honing en aswaarin de regel “En in die leeftijd van de twijfel zit mijn kracht”.’

 

In het begeleidend essay schreef Rob Schouten over de ontwikkeling die Nolens’ poëzie doormaakte, van gekweldheid naar berustende melancholie: ‘de erkenning dat je niet enkel het slachtoffer van het bestaan bent, maar dat het bestaan het op zijn beurt ook niet zonder jou kan stellen. Goed, het blijft een vorm van egocentrisme, maar met een vruchtbaar resultaat: een gevoel van onmisbaarheid. (…) De latere gedichten van Nolens zijn niet alleen minder exuberant van toon, ze zijn ook aanzienlijk vormvaster en gedistantieerder. Niet de jammerklacht en de extase maar een vorm van sublimatie staat op het programma. (…) De existentiële eenzaamheid is er nog steeds en onverminderd, maar ze heeft zicht gekregen op de kansen er in de geest aan te ontsnappen (…).’   

 

Na de bekendmaking verschenen in november zijn verzamelde liefdesgedichten bij uitgeverij Querido. ‘Zijn gedichten gaan over menselijk falen, maar het is een falen op hoog niveau,’ aldus Peter de Boer in Trouw. ‘Je moet een beetje voor zijn zwartgalligheid en pathos in de stemming zijn om van deze poëzie te kunnen genieten. Maar dan is ook bijna ieder gedicht raak.’

 

Jury

Van de jury maakten deel uit: Harry Bekkering, Hugo Brems, Han Foppe, Aukje Holtrop, Anton Korteweg, Janet Luis, Leonore van Prooijen, Nicolette Smabers en Ad Zuiderent.

 

Uitreiking

Aan de prijs was een bedrag van 10.000 gulden verbonden. De uitreiking vond plaats op vrijdagavond 19 december 1997 in Den Haag.

 

Credits portretfoto: Gerrit Serné