Louis
Ferron

2001

Constantijn Huygens-prijs
De Constantijn Huygens-prijs 2001 werd toegekend aan schrijver Louis Ferron (1942-2005).

‘Ferrons werk wordt gekenmerkt door compromisloze eigenzinnigheid en is volstrekt onmodieus en tegendraads,’ schreef de jury. ‘Ferron weet dat er achter de schone schijn dingen liggen die te gruwelijk en te huiveringwekkend zijn voor woorden, maar in de huiver vindt hij ook het sublieme.’

 

Ferron debuteerde in 1967 met de dichtbundel Zeg nu zelf, is dit ontroerend? Na de bundel Grand Guignol (1974) publiceerde hij voornamelijk romans: hetzelfde jaar nog Gekkenschemer, in 1975 Het Stierenoffer en in 1976 De keisnijder van Fichtenwald. Samen vormen ze de Teutoonse trilogie. In 2000 verscheen De oefenaar.

 

Zijn fascinatie voor de Duitse geschiedenis en de worsteling met zijn afkomst – Ferron was de zoon van een Nederlandse moeder en een Wehrmachtsoldaat die in de oorlog zou omkomen – zouden zijn werk blijven bepalen. In 1990 won hij met zijn roman Karelische nachten de AKO Literatuurprijs. In 1994 ontving hij de F. Bordewijkprijs voor De Walsenkoning, het eerste deel van de Haarlemse trilogie over de antiheld Ferron, chef streekredactie bij de Kennemer Bode.

 

‘Dat de hoofdpersoon Ferron heet, is een pesterijtje met de lezer,’ vertelde hij in een interview aan Ingrid Hoogervorst. ‘Een spelletje alsof het geheel authentiek zou zijn. (…) Anderzijds was het voor mijn identificatie met de hoofdpersoon belangrijk hem mijn eigen naam te geven omdat ik bij het schrijven de aandrift wilde ervaren te werken aan een autobiografie. Mijn allereerste roman was een heel autobiografisch boek, dat nooit gepubliceerd is omdat ik het niet goed genoeg vond. Er was geen afstand genoeg om over mijn eigen leven te kunnen schrijven. Toen ben ik half-historische romans gaan schrijven die natuurlijk wel over mijn Duitse achtergrond gingen om uiteindelijk dichter bij mijn eigen kern terecht te komen.’

 

Het hele oeuvre van Ferron is ‘het verslag van een lijden, een echoput van wrange en spottende klaagzangen, grootschalig in de historische romans, kleinschalig maar even pijnlijk in de realistische’, schreef Bart Vervaeck in het essay bij de prijs. ‘De combinatie van het schone en het schelle, het idyllische en het infernale, daar draait het bij Ferron steeds om.’

‘De combinatie van het schone en het schelle, het idyllische en het infernale, daar draait het bij Ferron steeds om’

Jury

De jury bestond uit: Harry Bekkering, Aukje Holtrop, Jos Joosten, Anton Korteweg, Janet Luis, Leonore van Prooijen, Helga Ruebsamen en Bart Vervaeck.

Uitreiking

Aan de prijs was een bedrag van 20.000 gulden verbonden. De uitreiking vond plaats in Den Haag op vrijdag 14 december 2001.

 

Credits portretfoto: Hans van Dijk / Anefo