Maurits
Dekker

1956

Extra-prijs
Roman- en toneelschrijver Maurits Dekker (1896-1962) kreeg de extra prijs 1956 voor zijn zestigste verjaardag.

Dekker was een geëngageerd schrijver, en schreef een zeer omvangrijk en divers oeuvre. Zijn eerste boek Doodenstad, Schetsen uit het gevangenisleven was in 1923 door de socialistische krant Het Volk in afleveringen gepubliceerd. Het was gebaseerd op eigen ervaring. Een van zijn bekendste boeken was Amsterdam bij gaslicht (1949), over zijn jeugd.  

 

Zijn toneelstuk De wereld heeft geen wachtkamer (1949), over de verantwoordelijkheid van atoomgeleerden, werd een internationaal succes. Het stuk werd in vele landen opgevoerd, tot in Japan aan toe, waar in 1945 circa 250.000 mensen waren omgekomen door de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki en stralingsziekte en kanker nog steeds slachtoffers maakten.  

 

‘Gistermiddag hebben wij Maurits Dekker gehuldigd, bij de uitgeversmaatschappij Bruna in Utrecht,’ schreef ‘Dagboekanier’ (een alias van Henri Knap) in zijn vaste Parool-column ‘Amsterdams dagboek’. ‘Hij wou wel niet, maar wij allemaal hadden gezegd: je móet. Nou, en wat moet dat móet. Zo zat hij daar dan, omringd van de zijnen. Met voorts dr. J. Hulsker, chef van de afd. Kunsten van het departement van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen en de heer J. Meulenbelt, cultureel ambtenaar van de gemeente Utrecht. Met de heren mr. A. Mout en G. Kamphuis van de Jan Campert Stichting, die hem een literaire prijs aanboden (…). Met de heer Leeflang, de grote man van de georganiseerde boekverkopers. Ja, zelfs de Vereniging van Letterkundigen en de Nederlandse Federatie van Beroepsverenigingen van Kunstenaars waren vertegenwoordigd.’ 

 

Mout typeerde Maurits Dekker die middag als ‘vóór alles een Amsterdams auteur, veelzijdig, die altijd het denkbaar grootste publiek heeft willen bereiken en die daar ook in is geslaagd dóór zijn volstrekte eenvoud en oprechtheid, zijn wijsheid en gevoeligheid. Hij mag dan ook gerust tevens een Nederlands auteur heten.’ 

 

‘Wie nog nooit een literaire prijs heeft gehad, spreekt er graag een beetje denigrerend over,’ sprak Dekker in zijn dankwoord, ‘maar nu ik er zelf een krijg moet ik zeggen, dat ik het bijzonder prettig vind en dat ik me gevleid voel.’  

Toch had hij al twee prijzen gekregen: in 1949 voor zijn prozawerk de Prijs van de Stichting Kunstenaarsverzet en in 1955 de Marianne Philips-prijs voor zijn gehele oeuvre.  

Jury 

De jury bestond uit: Bert Bakker, Pierre H. Dubois, Gerrit Kamphuis en A. Mout. Aan de prijs was een bedrag van 750 gulden verbonden.

 

Uitreiking

De uitreiking vond plaats op 16 juli 1956 bij uitgeverij Bruna in Utrecht. De jarige kreeg telegrammen van de Amsterdamse burgemeester d’Ailly en wethouder De Roos van publieke werken, van prof. Donkersloot en bevriende kunstenaars.