Anton
Koolhaas

1972

F. Bordewijk-prijs
Anton Koolhaas (1912-1992) kreeg de  F. Bordewijk-prijs 1972 (toen nog Vijverberg-prijs genoemd) voor de roman Blaffen zonder onraad

Een ‘zeldzaam verkenningsorgaan’ stelde Koolhaas volgens de jury in staat ‘door te dringen in werelden die binnen het humane domein liggen’. Ze roemde zijn observatievermogen en verhaaltalent. 

 

Blaffen zonder onraad (1972) speelt in een Italiaans bergdorp, waar de jonge Gilda na de dood van haar vader onvoorbereid zelfstandig wordt. In het dal is men bezig een nieuwe badplaats te creëren. ’s Nachts ligt ze wakker van het geblaf van honden in het gebalk van ezels. 

 

Enerzijds is er in deze roman van twee werelden ‘de ruimte van een onmetelijk berglandschap waarin het bestaan zich manifesteert in zijn grijze essentie van leven en dood ineen’, schreef de jury. Anderzijds ‘de beslotenheid van een dorpje in het dal dat zich wil opstoten in de vaart van een kleurig toeristisch spektakel. Balkende ezels en blaffende honden, dieren in het gebergte, houden de levensessentie wakker: niet het kleine onraad van dit of van dat, maar van het grote onraad van de dood. Maar het meisje Gilda, dat van alle mensen in deze roman het meest verbonden is met de wereld van het gebergte, raakt steeds meer verstrikt in de louche dorpssamenleving totdat ook zij door het grote onraad heen slaapt.’ Net als in eerder werk is het thema ‘de altijd en allesoverheersende dood. Maar zo universeel als deze thematiek is, zo minutieus registreert de schrijver alle gebeuren in dieren- en mensenleven in deze roman, in zijn uitersten van droefenis en lol, van oprechtheid en aanstellerij.’

 

‘Koolhaas bezit als geen ander schrijver in ons taalgebied het vermogen om over dieren zo te schrijven dat ze werkelijk tot de om ons heen levende wezens gaan behoren,’ schreef Wam de Moor in dagblad De Tijd. ‘Ik vind Blaffen zonder onraad zeldzaam geslaagd in die integratie van dier en mens binnen de werkelijkheid die wel door de redelijke wezens wordt gecreëerd, maar waarin deze meermalen volledig aan de onredelijke dieren blijken onderworpen.’

 

Koolhaas debuteerde in 1956 met Poging tot instinct en andere dierenverhalen. In 1959 ontving hij de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs voor Er zit geen spek in de val (1958) en in 1961 de Prozaprijs van de gemeente Amsterdam voor Gekke witte, eveneens dierenverhalen. Koolhaas was (toneel)criticus, regisseur, scenarist en sinds 1968 directeur van de Nederlandse Filmacademie.

 

 

Jury

Van de jury maakten deel uit: Gerrit Borgers, Pierre H. Dubois, Jacques den Haan en Gerrit Kamphuis.

 

Uitreiking

Aan de prijs was een bedrag van 3.000 gulden verbonden. De uitreiking vond plaats op dinsdagavond 19 december 1972 in het Haagse stadhuis.