F.B.
Hotz

1978

F. Bordewijk-prijs
F.B. Hotz (1922-2000) kreeg de F. Bordewijk-prijs 1978 voor de verhalenbundel Ernstvuurwerk.

Het middenverhaal in Ernstvuurwerk (1977) beschrijft een dubbel incident in een gezinsleven en staat geheel in het teken van dubbele structuur en betekenis, schreef de jury. ‘Gelokaliseerd in zomer en herfst 1929 roept het een sfeer op van zorgeloosheid en dreiging, vermengt het komisch en hysterisch gedrag van de personages en tekent het, in exacte weergave en suggererende duiding, zowel een familiegebeuren als een breder tijdsbeeld van vrolijke jaren twintig naar grauwe crisistijd. In al deze dubbelfacetten is het verhaal representatief te noemen voor de meerzinnigheid die de bundel als geheel biedt.’ 


De twee bundels die professioneel trombonespeler Frits Bernard Hotz tot nu toe publiceerde – hij debuteerde in 1976 met Dood weermiddel en andere verhalen – zijn van zo’n zeldzame kwaliteit dat de jury ze wil typeren als ‘dubbel incident’ binnen de recente Nederlandstalige literatuur. ‘Geen incidenten in de betekenis van storende voorvallen, maar van gebeurtenissen, die door hun belangrijkheid en beraadslaging in de literatuurkritiek over de aard en de richting van het proza even stil doet vallen.’


De twee bundels horen bij elkaar, schreef Anton Korteweg in het begeleidend essay. Ze sluiten op elkaar aan en grijpen in elkaar. Allereerst de semi-autobiografische verhalen in de ik-vorm, gelijkelijk over de twee bundels verdeeld, die een ‘benard leven van een kwetsbare knaap’ in de jaren 1924-1946 beschrijven, ‘tussen een vreemdgaande opa en op scheiding liggende ouders, een jongen die zijn affecties richt tot de dingen en de graad van zijn liefde voor een familielid laat afhangen van de mate van liefde die die verwante aan de door hemzelf geliefde dingen geeft’. Dan de verhalen vanaf midden jaren vijftig, in het milieu van jazzmusici, en tien historische verhalen, vijf per bundel. 


Een aantal van de twaalf verhalen in Ernstvuurwerk werd al gepubliceerd in literaire tijdschriften, vooral in Maatstaf, dat uitgegeven werd door Hotz’ uitgever De Arbeiderspers, maar ook in De Gids en Tirade. F.B. Hotz werd bij zijn debuut direct vergeleken met de Vlaming Willem Elsschot, wiens kale stijl hij inderdaad bewonderde. Andere overeenkomsten zijn de ironie en de keuze voor antihelden. 


‘De charme van het volslagen nieuwe. Dat is F.B. Hotz wiens beide boeken (…) voor mij de grote ontdekking van dit jaar waren,’ aldus Renate Rubinstein in Avenue. En T. van Deel in Trouw: ‘Stilistisch zijn deze verhalen stuk voor stuk juweeltjes; de zinnen, hoe ingewikkeld ook, lopen perfect; de woordkeus heeft dikwijls iets pikants, waardoor in een lezer wisselende snaren worden aangeroerd en in het algemeen heeft Hotz een heel bijzondere, zeer verstopte en onderdrukte, maar daardoor juist machtige emotionaliteit.’ En het Algemeen Dagblad, bij monde van J. Huisman: ‘Wie Hotz’ eerste boek las hoef ik verder niets te vertellen. Voor wie die naam nieuw is geldt het devies: laat u deze visie op ons tranendal niet ontgaan. Ernstvuurwerk: de mooiste verhalenbundel in 1978.’

 

Jury

Van de jury maakten deel uit: Gerrit Borgers, Pierre H. Dubois, Jacques den Haan, Gerrit Kamphuis, André Matthijsse en Paul de Wispelaere.

 

Uitreiking

Aan de prijs was een bedrag van 4.000 gulden verbonden. De uitreiking vond plaats op dinsdagavond 19 december 1978 in het Haagse stadhuis.

 

Credits portretfoto: Rop te Riet