Willem
Brakman

1979

F. Bordewijk-prijs
Willem Brakman (1922-2008) kreeg de F. Bordewijk-prijs 1979 voor Zes subtiele verhalen.

Brakman blijkt in Zes subtiele verhalen (1978) ‘voortdurend in staat iemands essentie in enkele woorden weer te geven of in pregnante beknoptheid de tragiek van een relatie te schilderen’, schreef de jury. ‘De belangrijkste kwaliteit van de bundel ligt in het vermogen om binnen een kort bestek in een gedurfd, alle registers van de taal omvattend, taalgebruik en met een groot psychologisch raffinement de thematiek te verwoorden.’


‘Het is als met een klok, die wordt gegoten,’ zei Willem Brakman in een interview met T. van Deel in Trouw. ‘De vorm wordt in de grond gemetseld in leem, en dan volgegoten. Als de klok wordt opgetakeld wil men de klank vaststellen en daar is een aantal fluitjes voor. Bij één fluitje gonst de klok mee. Dat wat meegonst, dat is waar ik op schrijf. Mijn verhalen spelen zich af in het contrapunt, ze lopen mee in de resonans. De apostel Thomas heeft het goed gezegd: “nu ik wéét, ben ik armer geworden”. Ik streef met mijn verhalen dan ook geen uitputtende informatie na, ik vind het “subtiele” ervan gelegen in het meeresoneren van mogelijkheden.’


Een tekst mag geen toevalligheden bevatten, vond Brakman. Volgens Van Deel, die ook het begeleidend essay schreef, was lyrische bewogenheid en beeldende kracht het opvallendst aan zijn proza. ‘Ik ken op dit ogenblik maar weinig schrijvers die een vergelijkbare gedrevenheid vertonen. Er zijn er ook maar weinig die, zo intensief als Brakman, een boodschap overbrengen – dit woord is belast, maar hier met opzet gebruikt. Brakman wil namelijk door middel van de “vorm” uitdrukken dat “het leven zinvol is”. (…) De vraag naar het hoe en waarom. Brakman beweegt ons met zijn romans en verhalen – en dat is de boodschap ervan – tot het stellen van vragen.’ 


‘Willem Brakman is, als schrijver, gefascineerd door ondergang en dood,’ schreef Alfred Kossmann in Het Vrije Volk. ‘Zijn blik van medicus (hij verdient zijn brood als bedrijfsarts in Enschede) richt zich met bittere voorkeur op verschijnselen van verval, het bibberen van een hoofd, een puistje op de lip, een herhaald gebaar naar de buik. Hij is echter geenszins een zwartkijker. Zijn humor is vaak meeslepend, ook al is de geschiedenis somber.’ Dat het woord ‘subtiel’ de verhalen goed karakteriseert waagde Kossmann te betwijfelen: was ‘Zes barokke verhalen’ niet beter geweest? ‘Ze zijn, zoals het meeste werk van Brakman, van een ingenieuze barok, en wie “subtiel” associeert met verfijnd, – verzwijgend, zal zich vreemd voelen bij dit emotionele, soms overladen proza.’


Willem Brakman debuteerde in 1961 met de roman Een winterreis, het verslag van een vergeefse zoektocht naar zijn vader, een motief dat regelmatig terugkeert in zijn werk – in Zes subtiele verhalen o.a. in het verhaal ‘Fotograaf’. Daarna verschenen negen romans, twee verhalenbundels, een novelle en een essay. 

 

Jury

Van de jury maakten deel uit: Gerrit Borgers, Pierre H. Dubois, Jacques den Haan, Gerrit Kamphuis, Anton Korteweg, André Matthijsse en Paul de Wispelaere.

 

Uitreiking

Aan de prijs was een bedrag van 4.000 gulden verbonden. De uitreiking vond plaats op woensdagavond 19 december 1979 in het Haagse stadhuis.

 

Credits portretfoto: Hans van Dijk / Anefo / Nationaal Archief, CC0