Cees
Nooteboom

1981

F. Bordewijk-prijs
Cees Nooteboom (1933) kreeg de F. Bordewijk-prijs 1981 voor Rituelen, een generatieroman rond drie decennia – 1963, 1953 en 1973 – uit het leven van handelaar Inni Wintrop. 

‘Deze Inni Wintrop onderscheidt zich in veel opzichten van zijn tijdgenoten,’ aldus de jury. ‘Dezen worden in de poëzie van Nooteboom veroordeeld met regels als: “zij kleden zich in het zichtbare/ strips, televisie, films/ en zijn bang voor hun dromen/ ze wonen in fotoos en spiegels/ hun vijanden zijn clowns, dichters, zwervers/ en een ets van de zee”. Inni Wintrop daarentegen, leeft bij de gratie van cultuur en een culturele traditie van avondlandelijke allure. Het is hier vanavond niet de plaats om uiteen te zetten, in welke rijke schakering Nooteboom de contemporaine uitlopers van deze cultuur ontvouwt, maar wel een moment om zijn roman vanwege die kwaliteit te roemen. In Rituelen is het Cees Nooteboom gelukt het levensbesef van meer dan één generatie die deze tijd bevolken, gestalte te geven.’ 


Rituelen (1980) was zeer goed ontvangen. Nooteboom heeft het over dingen ‘waar het op aan komt’, zei men al over zijn dichterschap. Rituelen is een boek dat ‘zoals alle werkelijk grote boeken, over alles gaat’, schreef een recensent. ‘Nooteboom is kennelijk een schrijver die de hoogste woorden oproept,’ aldus de jury. ‘Zijn taalgebruik in Rituelen is overigens hiermee in flagrante tegenspraak. De kalme vanzelfsprekendheid waarmee Nooteboom de onzinnige wereld (…) bekijkt door haar te beschrijven, doet immers eerder contemplatief aan. Niet voor niets eindigt de roman met een theeceremonie (…).’


Heden, verleden en toekomst maken deel uit van één geheel voor Inni Wintrop, schrijft Jaap Goedgebuure in het begeleidend essay. ‘Ik denk dat daarom bij de driedelige bouw van de roman gekozen is voor een opzet waarin met het normale lineaire verloop van de tijd bewust gebroken is. (…) 1978 is het moment vanwaaruit de hoofdpersoon terugkijkt. Ondanks het gevoel dat het verleden vormeloos is, wordt in Inni’s geheugen toch – bij wijze van peillood – geregeld een lijn uitgezet waarvan de richting is bepaald voor zijn gevoel voor rituelen.’  

   
‘Vrijwel alles aan deze roman is bijzonder: de stijl is subliem, de compositie vlekkeloos, het onderwerp verrassend en op een innemende manier ontroerend,’ schreef Daan Cartens in Bzzletin. ‘Eens te meer blijkt uit Rituelen dat niet wat er wordt gezegd belangrijk is (het verhaalgegeven is mager en dus bijvoorbeeld ook niet verfilmbaar), maar de manier waarop dat gebeurt.’


Nooteboom schrijft proza, poëzie en literaire reisverhalen. Hij debuteerde in 1955 op 21-jarige leeftijd met de roman Philip en de anderen (Anne Frankprijs). Andere bekende romans van zijn hand zijn De ridder is gestorven (1963, Van der Hoogtprijs) en recentelijk Een lied van schijn en wezen (1981). In 1978 ontving hij de Jan Campert-prijs voor zijn dichtbundel Open als een schelp, dicht als een steen en in 1969 de Prijs van de dagbladjournalistiek voor De Parijse beroerte. Rituelen zou in 1989 toch verfilmd worden door Herbert Curiël.

 

Jury

Van de jury maakten deel uit: Harry Bekkering, Pierre H. Dubois, Margaretha Ferguson, Han Foppe, Jacques den Haan, Gerrit Kamphuis, Anton Korteweg, André Matthijsse en Paul de Wispelaere.

 

Uitreiking

Aan de prijs was een bedrag van 4.500 gulden verbonden. De uitreiking vond plaats op vrijdagavond 18 december 1981 in het Haagse stadhuis.

 

Credits portretfoto: Effigie Agence Opale AEG