Louis
Ferron

1994

F. Bordewijk-prijs
Louis Ferron (1942-2005) kreeg de F. Bordewijk-prijs 1994 voor zijn roman De Walsenkoning. Een duik in het autobiografische diepe.

‘Wie zo magistraal literair vorm weet te geven aan zijn diepgewortelde wraak- en haatgevoelens, wie zijn masker zo authentiek durft weg te werpen, verdient ten volle de F. Bordewijkprijs 1994,’ vond de jury.


‘Men woont niet in Haarlem, men lijdt aan Haarlem,’ zei Harry Mulisch eens, en daar stemde Ferron mee in. In De Walsenkoning (1993) krijgt dat ‘lijden aan Haarlem’ literair gestalte, volgens de jury. ‘Literair? Kwalificeert Ferron de roman niet als “een duik in het autobiografische diepe”? Heet de hoofdpersoon niet Ferron? Of hebben we misschien te maken met een zwartgallige documentaire over een provinciestad, die bol staat van (klein)burgerlijkheid? Ferron bekommert zich in de roman niet om het antwoord op dit soort vragen: “Roman of autobiografie, het is niets dan ijdelheid, niets dan lafheid ook. Al of niet gesubsidieerd onvermogen de zaken onder ogen te zien.” Roman, pure autobiografie of documentaire, het zal hem een zorg zijn. Het gaat er om wát en hoe iets gezegd wordt, ongeacht het genre. (…) Het valt niet te ontkennen: niet eerder is Ferron zichzelf in autobiografische zin zo dicht genaderd (…). Deze roman beschrijft, nee, is een genadeloze zoektocht naar zijn eigen afkomst, naar de wortels van zijn haat, wrok tegen de persoon die zijn leven fundamenteel verziekt heeft: zijn moeder.’ 


Haarlem-Noord, de Bomenbuurt, daar groeide Ferron op, als ‘bastaard’ van een ‘moffenhoer’ en een vader in Duitse dienst; ‘hijzelf was dan automatisch een kleine SS’er met de runentekens op zijn voetzolen en een mauser tussen zijn beentjes,’ zo beschreef Em. Kummer de thematiek in het begeleidend essay bij de prijs. ‘Bovendien krijg je ook nog ’s last met jezelf, je bent gespleten zoals dat heet (…).’ 


Dat autobiografische zal trouwe Ferron-lezers verbazen, schreef Marc Reugebrink in Nieuwsblad van het Noorden. ‘En ook onmiddellijk wantrouwig maken. Ferron is er de schrijver niet naar om in romanvorm verslag te doen van zijn eigen levensgeschiedenis. Het biografische feit dat de in 1942 geboren Ferron een Duitse vader had, verklaart het motief van de “Vatersuche” in vrijwel al zijn romans en verhalen, maar het is een zoektocht die gewoonlijk de vorm aanneemt van een obsessie met de Duitse geschiedenis, met name voor de periode van het nazisme en wat hij beschouwt als de wortel daarvan: de romantiek. Zijn personages waren tot nu toe niet aan hemzelf gelijk te stellen. Zou dat in dit boek ineens anders zijn? Het lijkt er op. Heel even. (…) De Walsenkoning is een verwoestend portret van een man die alles wat hij denkt en zich herinnert van zich af probeert te houden.’


Ferron debuteerde in 1967 als dichter, maar schreef voornamelijk romans. Na zijn Teutoonse trilogie uit de jaren zeventig – Gekkenschemer, Het Stierenoffer en De keisnijder van Fichtenwald – was na een groot aantal romans De Walsenkoning het eerste deel van de Haarlemse trilogie. 

 

Jury

De jury bestond uit: Harry Bekkering, Hugo Brems, Han Foppe, Aukje Holtrop, Anton Korteweg, Janet Luis, Nicolette Smabers, Sarah Verroen en Ad Zuiderent.

 

Uitreiking

Aan de prijs was een bedrag van 5.000 gulden verbonden. De uitreiking vond plaats op vrijdagavond 16 december 1994 in Den Haag.

 

Credits portretfoto: Hans van Dijk / Anefo / Nationaal Archief, CC0