L.H.
Wiener

2003

F. Bordewijk-prijs
L.H. Wiener (1945) heeft de F. Bordewijk-prijs 2003 ontvangen voor zijn roman Nestor

In Nestor (2002) weet Wiener drie verhalen ingenieus met elkaar te verbinden. De roman gaat op het eerste gezicht over de jeugd van Ezra Berger die een uil vangt, hem ‘Nestor’ noemt, opvoedt en africht en hem ten slotte de vrijheid geeft. Daarbij komt het verhaal van L.H. Wiener, die reflecteert op zijn eigen schrijverschap en stilstaat bij zijn carrière en zijn geringe literaire succes, en tegelijk een inkijkje geeft bij het schrijven van het verhaal over de jongen met de uil. Tot slot is er Van Gigch, docent Engels, die onder de naam L.H. Wiener verhalen en romans schrijft en gedesillusioneerd afscheid neemt van zijn school. 

 

Een roman met diepgang, vond de jury: ‘Ontroerende passages worden afgewisseld met bijtend cynisme, verhalen worden gelardeerd met brieven en essays. Een uiterst verzorgde vorm en stijl gaan hier hand in hand met een doorleefd verhaal, en dat beantwoordt aan het credo van Van Gigch: “Het enige waar het in de literatuur om gaat is de stijl en de authenticiteit. Wat er stáát is waar, althans als het er goed staat, en níét waar als het er slecht staat.” Volgens de jury (…) is alles wat er in dit boek staat wáár, omdat het dankzij de stijl de indruk geeft van een volkomen authenticiteit.’

 

Wiener was in 1966 gedebuteerd met een verhaal in Tirade en zijn eerste verhalenbundel Seizoenarbeid (1967) zorgde direct voor commotie doordat een strandpaviljoenhouder in Zandvoort zich in een van de verhalen herkende op een wijze die hem niet aanstond. Nadat deze had geëist dat het werk uit de handel zou worden genomen werd bij de herdruk de naam gewijzigd in die van de schrijver, Wiener. Met zijn verhalen en romans als Duivels jagen (1968) en Man met ervaring (1972) wist Wiener zich in de jaren daarna verzekerd van liefhebbers, maar hij kreeg weinig aandacht van de pers. Met de F. Bordewijk-prijs kwam zijn schrijverschap onder de aandacht van een groter publiek. In de dertig jaar daarvoor golden zijn romans en verhalen vooral als geheimtip onder literatuurliefhebbers. 

 

In De Groene Amsterdammer schreef Kees ’t Hart al lang een bewonderaar te zijn van de ‘uitermate dwarse, zwartgallige maar vaak ook ontroerende verhalen’ en van de vasthoudendheid van de auteur: ‘Wiener schreef verhalen die niemand in Nederland schreef en hij bleef zijn thematiek altijd bewonderenswaardig trouw’. Hij ziet Nestor dan ook als een ‘schitterend nieuw hoofdstuk’ in Wieners oeuvre: ‘Ik raakte steeds meer betrokken bij het jongetje Ezra, dat zo hartstochtelijk monomaan zijn uil probeert te redden van de ondergang. Ook de dubbelzinnigheid van deze thematiek hield me in haar greep: Ezra is in essentie zelf de oorzaak van de problemen rondom de uil, híj heeft hem tenslotte uit het nest geroofd. Een dubbelzinnigheid waarover Wiener in de roman reflecteert en die hij verbindt met het leven en het werk van de schrijver Wiener en dat van de leraar Van Gigch. Een individu staat altijd aan de basis van zijn eigen wanhoop en ongeluk.’

 

Jury

De jury bestond uit: Harry Bekkering, Yra van Dijk, Koen Hilberdink, Aukje Holtrop, Jos Joosten, Anton Korteweg, Janet Luis en Bart Vervaeck.

 

Uitreiking

Aan de prijs was een bedrag van 5.000 euro verbonden. De feestelijke prijsuitreiking vond plaats op vrijdag 12 december 2003 in het Letterkundig Museum in Den Haag.

 

Credits portretfoto: Annaleen Louwes