A.L.
Sötemann

1980

G.H. ’s-Gravesande-prijs
A.L. Sötemann (1920-2002) kreeg de G.H. ’s-Gravesande-prijs 1980 voor bijzondere literaire verdiensten voor zijn publicaties over J.C. Bloem en J.H. Leopold.

‘Het zal maar zelden voorkomen dat een geleerde, die bovendien in zijn hoedanigheid van hoogleraar moderne Nederlandse Letterkunde ook nog wel iets anders te doen heeft, in twee jaar tijd vier omvangrijke belangwekkende publikaties het licht doet zien, zij het gedeeltelijk in samenwerking met anderen,’ aldus de jury. ‘Het is nog uitzonderlijker wanneer twee van deze uitgaven zonder overdrijving baanbrekend mogen worden genoemd: “Publikaties, die de toch nogal kwijnende Neerlandistiek allure geven en ook beschaamd moeten maken”, zoals Kees Fens schreef.’  

 

Het ging om het tweedelige Brieven van J.C. Bloem aan P.N. van Eyck (1980, met G.J. Dorleijn en H.T.M. van Vliet), om Vier opstellen over J.C. Bloem (1979), de monumentale tweedelige historisch-kritische uitgave Gedichten van J.C. Bloem (1979, met H.T.M. van Vliet) en om het indrukwekkende onderzoek naar de ontstaansgeschiedenis van J.H. Leopolds onvoltooid gebleven gedicht ‘Naast ons, naast ons, achter het riet’, zoals beschreven in Op het voetspoor van de dichter (1980).  

 

‘Deze Leopold-uitgave geeft het even spannende als verantwoorde verslag van een poging, de wording van poëzie te benaderen,’ schreef de jury. ‘Zowel de poëzieliefhebber of dichter die daarin belang stelt als de vakman die op dit gebied werkzaam wil zijn, kan niet om deze met groot filologisch vernuft en inlevingsvermogen geschreven studie heen. Datzelfde geldt, mutatis mutandis, voor de evenals de Leopold-studie voorbeeldig grafisch vormgegeven Bloem-editie. Sötemann heeft hiermee de “moderne” Neerlandistiek een grote dienst bewezen.’  

 

‘Het is bijna ongelooflijk hoe Sötemann erin slaagt het gebruik van onderdelen van een enveloppe door de dichter te reconstrueren,’ schreef de Volkskrant over Op het voetspoor van de dichter. ‘Een nu al klassieke studie’, vond Wiel Kusters in NRC

 

Professor dr. A.L. Sötemann was hoogleraar in Moderne Nederlandse letterkunde aan de Rijksuniversiteit Utrecht. Zijn eerste boekpublicatie was A. Roland Holst en de mythe van Ierland (1950) en hij in 1966 was gepromoveerd op het tweedelige De structuur van Max Havelaar

Jury

De jury bestond uit Harry Bekkering, Pierre H. Dubois, Margaretha Ferguson, Han Foppe, Jacques den Haan, Anton Korteweg, André Matthijsse, Harry Scholten en Paul de Wispelaere.

 

Uitreiking

Aan de prijs was een bedrag van 4.000 gulden verbonden. De uitreiking vond plaats op vrijdagavond 19 december 1980 in het Haagse stadhuis.