Leontine en Piet
Buijnsters

2005

G.H. ’s-Gravesande-prijs
Leontine en Piet Buijnsters hebben de driejaarlijkse G.H. ’s-Gravesande-prijs 2005 ontvangen voor bijzondere literaire verdiensten.

Het Nijmeegse echtpaar Piet J. Buijnsters en Leontine Buijnsters-Smets verrichtte baanbrekend werk op het gebied van de geschiedenis van het Nederlandse kinderboek. Ze publiceerden in 1997 hun Bibliografie van Nederlandse school- en kinderboeken 1700-1800, waarin ze bijna tweeduizend kinderboeken uit de 18e eeuw in kaart brachten volgens inhoudelijke genres (ABC-boeken, Kennis der Natuur, Kindergedichten etc.).  

 

De titel van het eerste deel gaf volgens de jury ‘niet direct aanleiding een prettig leesboek te verwachten, maar het echtpaar Buijnsters bleek in staat van zoiets dors als een bibliografie een heel leesbaar en intrigerend naslagwerk te maken. Met heldere inleidingen op de verschillende soorten kinderboeken uit de achttiende eeuw en een groot aantal unieke illustraties brachten ze dit kunststuk tot stand.’ De jury roemde ‘hun succesvolle pogingen literaire en kunstzinnige schatten uit het verleden aan de vergetelheid te ontrukken en inspirerend te beschrijven’. ‘De geschiedenis van een volk wordt niet alleen beschreven in heldenverhalen en biografieën van grote mannen, zeker zo onthullend zijn oude kinderboeken die het leven van alledag laten zien en de waarden en normen waarmee volwassenen van vorige generaties hun kinderen hebben opgevoed.’  

 

Ze zetten hun onderzoek voort in Lust en Leering: geschiedenis van het Nederlandse kinderboek in de negentiende eeuw (2001), en in Papertoys: speelprenten en papieren speelgoed in Nederland (1640-1920) (2005) lijken ze de focus te verleggen. De ganzenborden, papieren aankleedpoppen, bouwplaten en kaartspellen werden echter door dezelfde drukkers op de markt gebracht als kinderboeken, waardoor het een ‘zelden benutte spiegel van de actuele cultuur’ vormt, aldus de inleiding. ‘Opvallend (…) is vooral de wijze waarop historische gebeurtenissen, maatschappelijke ontwikkelingen en pedagogische denkbeelden’ zich manifesteren in het papieren speelgoed. 

 

In het begeleidend essay bij de prijs noemde Arie van den Berg het echtpaar ‘hooggeleerd, maar nieuwsgierig gebleven’. Door hun grote interesse in kinderliteratuur bezaten ze een omvangrijke bibliotheek, en ze reisden ‘het land tot in alle uithoeken’ af op zoek naar oude boeken bij verzamelaars, in antiquariaten en in bibliotheken. Hun plan om een bibliografie van alle Nederlandse school- en kinderboeken te schrijven was ‘hoogst ambitieus en ook moeilijk uitvoerbaar’, vanwege het kwetsbare materiaal zelf: ‘Veel oude kinderboeken zijn niet meer terug te vinden omdat ze ten prooi vielen aan scheurgrage handjes, verknipt zijn, met het huisvuil of het oud papier werden meegegeven of als toiletpapier zijn gebruikt.’ In bibliotheken of musea waren ze zelden bereikbaar en vaak niet in de catalogus opgenomen.  

 

Piet Buijnsters (1933) is emeritus hoogleraar Boekwetenschap en Nederlandse letterkunde van de achttiende eeuw aan de Rijksuniversiteit Nijmegen. Hij publiceerde over Rhijnvis Feith, Betje Wolff en Aagje Deken en werd daarnaast bekend met zijn stukken over de antiquarische wereld. De Jan Campertstichting had hem in 1974 de bijzondere prijs toegekend voor zijn biografie over Hieronymus van Alphen.  

Leontine Buijnsters-Smet (1937) promoveerde in 1995 als kunsthistorica op het werk van de zestiende-eeuwse schilder Jan Massys, en publiceerde artikelen over boekillustratoren uit de 18e en 19e eeuw. Voor Lust en leering had het echtpaar in 2002 de Menno Hertzbergerprijs ontvangen. 

Jury

De jury bestond uit: Harry Bekkering, Yra van Dijk, Hans Groenewegen, Koen Hilberdink, Aukje Holtrop, Ena Jansen, Jos Joosten en Lut Missinne.

 

Uitreiking

Aan de prijs was een bedrag van 5.000 euro verbonden. De prijsuitreiking vond plaats op vrijdag 16 december 2005 in het museum.