Jaques
Kruithof

1982

J. Greshoff-prijs
Jacques Kruithof (1947-2008) kreeg de tweejaarlijkse J. Greshoff-prijs 1982 voor zijn essaybundel Vingeroefeningen.

In zijn zesde essaybundel bespreekt Kruithof in een achttal stukken werk van moderne Nederlandse schrijvers: Herman Gorter, A. Roland Holst, F.C. Terborgh, Menno ter Braak, Lucebert, Sybren Polet, Jan Wolkers en Lidy van Marissing.  

 

De jury roemde zijn veelzijdige kwaliteit, zijn originele en grondige aanpak, zijn algemene vakkennis en bijzondere stilistische vaardigheid. Kruithof ‘vernieuwt of retoucheert’ historische betekenissen van schrijvers en stromingen, ‘gedachtig de opvatting dat het tot de taak van de kritikus als beroepslezer behoort telkens weer uit te zoeken wat een werk aan de bestaande literatuur toevoegt. (…) In zijn analyses en interpretaties laat Kruithof zich tevens zien als een vrije en zelfstandige kritikus die losstaat van welke doctrines ook, en bestaande literaire theorieën oordeelkundig gebruikt als en waar die hem dienstig kunnen zijn.’ 

 

‘Glansstuk van de bundel’ was volgens Rudi van der Paardt, schrijver van het begeleidend essay bij de prijs, het stuk ‘Zielknijper en de Hierogliefjes’ over Wolkers’ roman Horrible tango. Kruithof legt een verband met de mythe van het Egyptische godenpaar Isis en Osiris en hun broer Seth. ‘Dit essay van Kruithof opent twee nieuwe terreinen van onderzoek: naar mythische patronen in het werk van Jan Wolkers en naar Egyptiana in de Nederlandse letterkunde.’ Denk aan de door Kruithof genoemde Achterberg en Reve, maar ook aan Leopold (Cheops), Willem Frederik Hermans (Conserve) en Harry Mulisch, zo bepleit Van der Paardt.  

'In zijn analyses en interpretaties laat Kruithof zich tevens zien als een vrije en zelfstandige kritikus die losstaat van welke doctrines ook,'

‘Hier geen kortademige stukjes maar pogingen tot tekstanalyse waarbij niet uit het oog wordt verloren, dat literatuur en maatschappij iets met elkaar te maken hebben,’ schreef recensent Graa Boomsma in De Waarheid. 

 

Jacques Kruithof was literatuurwetenschapper, essayist, criticus, dichter en docent Nederlandse letterkunde aan de Amsterdamse lerarenopleiding D’Witte Leli. Hij publiceerde sinds 1968 in de literaire tijdschriften Raam, Kentering, Bzzlletin, Raster, Nieuw Wereldtijdschrift en De Vlaamse Gids en was recensent voor o.a. Vrij Nederland. Zijn eerste boek was De bewoonde wereld (1971), een inleiding tot poëzieanalyse en -interpretatie. In het pamflet Het oog van de meester (1979) leverde hij ongezouten kritiek op het literatuuronderwijs in Nederland. ‘Literatuur-onderwijs hoort te zijn als literatuur in het wild: avontuurlijk, essayistisch, niet geprefabriceerd, maar een zoektocht, een queeste waarvan het doel het zoeken zelf is.’ 

Jury 

De jury bestond uit: Harry Bekkering, Pierre H. Dubois, Margaretha Ferguson, Han Foppe, Anton Korteweg, André Matthijsse, Harry Scholten en Paul de Wispelaere.

 

Uitreiking

Aan de prijs was een bedrag van 4.500 gulden verbonden. De uitreiking vond plaats op vrijdagavond 17 december 1982 in het Haagse stadhuis. 

 

Credits portretfoto: Ben Wolson