Cyrille
Offermans

1984

J. Greshoff-prijs
Cyrille Offermans (1945) kreeg de tweejaarlijkse J. Greshoff-prijs 1984 voor zijn bundel De kracht van het ongrijpbare. Essays over literatuur en maatschappij.

De essays, vrijwel allemaal over de Nederlandstalige literatuur, zijn ‘stuk voor stuk pleidooien voor die kracht van het ongrijpbare, van niet gebonden, vrije taal’. De jury roemde Offermans’ ‘eruditie, heldere formuleringskracht en vooral de onverbloemde wil om de literatuur te houden tot dat feest van vrije uitdrukking – samengebracht in de beweeglijke eenheid die het ware essay kenmerkt’.  

 

‘Radicalere schrijvers kiezen tegen het leven en voor de kunst. Maar omdat in dat leven de dienst steeds meer wordt uitgemaakt door “dode” instellingen, zijn zij toch degenen die in werkelijkheid voor het leven kiezen,’ schrijft Offermans in het openingsessay. Hij trekt ‘een nuchtere vore door het landschap van de literatuurgeschiedenis: hier wordt de maatschappelijke functie van de literatuur door de eeuwen heen bloot gelegd’, stelde de jury. Hij trekt de grens tussen object-gebonden, burgerlijke kunst en radicalere kunst die ernst maakt met haar eigen wezen. ‘Vanuit een sociologisch-filosofische visie, die wortelt in de kritische theorie van de Frankfurter Schule, observeert Offermans de ondergang van de taal als machtsvrije communicatievorm. Hier tegenover stelt hij de schrijver die de taal aan de wetten der maatschappelijke functionaliteit onttrekt en die kiest voor het “in het metafysische geankerde spel met woorden”, om met Van Ostaijen te spreken.’  

'Vanuit een sociologisch-filosofische visie, die wortelt in de kritische theorie van de Frankfurter Schule, observeert Offermans de ondergang van de taal als machtsvrije communicatievorm.'

De schrijvers waarin Offermans belang stelt hebben de volgende gedachten gemeen, aldus Carel Peeters, schrijver van het begeleidend essay bij de prijs: ‘de hedendaagse maatschappij is zo in de ban van de economie, de publiciteitsmedia, de cultuurindustrie en de bureaucratie dat de betekenis van de schrijver nog slechts tot uiting kan komen als hij zich hiervan afwendt en zich opsluit in zijn metier: de taal. De afkeer van alles wat deze maatschappij voortbrengt en regelt is echter wel degelijk aanwezig: in de vorm van de literatuur. Het proza is niet in te passen in het gewone, communicatieve taalgebruik, er wordt niet rechttoe, rechtaan verteld, de aandacht van de schrijver is gericht op het esthetisch taalspel.’ 

 

Robert Anker in Het Parool noemde het boek ‘verplichte lectuur voor iedereen die op andere dan louter consumptieve wijze met literatuur omgaat. Met Cyrille Offermans hebben we er een essayist van formaat bijgekregen, dat is nu wel duidelijk.’ 

 

Cyrille Offermans publiceerde Materialistiese literatuurteorie (1973) en De estetiese teorie van Adorno en Benjamin. Een inleiding (1977). De kracht van het ongrijpbare (1983) was na Macht als trauma. Essays over de kritische theorie van de Frankfurter Schule (1982) zijn tweede essaybundel. Offermans was leraar in het Limburgse Echt en schrijft voor o.a. De Groene Amsterdammer, Vrij Nederland, Raster, het Nieuw Vlaams Tijdschrift en het Nieuw Wereldtijdschrift. 

 

Jury

Van de jury maakten deel uit: Harry Bekkering, Margaretha Ferguson, Han Foppe, Anton Korteweg, André Matthijsse, Harry Scholten en Paul de Wispelaere.

 

Uitreiking

Aan de prijs was een bedrag van 4.500 gulden verbonden. De uitreiking vond plaats op vrijdagavond 21 december 1984 in het Haagse stadhuis. 

 

Credits portretfoto: Marion Offermans