S.
Dresden

1988

J. Greshoff-prijs
S. Dresden (1914-2002) kreeg de tweejaarlijkse J. Greshoff-prijs 1988 voor zijn essay Wat is creativiteit?

In Wat is creativiteit? (1987) peilt S. Dresden vanuit verschillende invalshoeken, ‘los van enige zekerheid, naar de ondefinieerbare oorsprong van kunst en literatuur’ – en dat met enorme eruditie en grote stilistische helderheid, aldus de jury.  

 

‘De vraag uit de titel wordt door de auteur in de slotpagina’s van zijn boek herhaald: “Wat tenslotte is dan creativiteit?” en het aarzelende antwoord luidt, dat voor een onderzoek dat zich principieel als “probeersel” heeft voorgedaan, misschien alleen een “systeem” van paradoxen overblijft. (…) De bronnen van het onderzoek liggen zowel in wetenschappelijke studies als in het werk zelf van kunstenaars en geleerden en in wat door kunstenaars in allerlei introspectieve geschriften over het reële maar ongrijpbare verschijnsel van de creativiteit te berde is gebracht. Steeds beweegt creativiteit zich tussen de polen van het renaissancistische begrip “kunde” (technè, ars) en het romantische begrip “genie” en in dat spanningsveld raakt het aan talrijke tegenstrijdige gegevens als traditie en vernieuwing, overspannen verbeelding en nuchtere technische bedrevenheid, zonder ooit tot één daarvan herleid te kunnen worden.’  

'De creativiteit uit zich door zich aan een omschrijving van het begrip te onttrekken, dat te neutraliseren, de denkers erover beschaamd te maken.’ 

Ook lezen beschouwt Dresden als een creatieve daad, een scheppende bezigheid, schrijft Jaap Harskamp in het begeleidend essay bij de prijs. ‘Die wisselwerking, die interferentie van auteur en lezer is een integraal deel van het creatieve spel. De lezer leest niet alleen het werk, maar in de lectuur ook zichzelf.’  

 

Het denken over kunst en creativiteit ‘is een altijd maar doorlopend essay, met vaak schitterende mogelijkheden,’ schreef recensent Kees Fens in de Volkskrant. ‘Creatief in het denken over creëren is men in elk geval geweest. Dat te laten zien is niet de minste verdienste van Dresdens boek, dat ook laat zien, hoe de voortgang in de voorlopigheden ten slotte altijd aan de kunstenaars en hun eigenzinnigheid te danken is: de creativiteit uit zich door zich aan een omschrijving van het begrip te onttrekken, dat te neutraliseren, de denkers erover beschaamd te maken.’ 

 

Filosoof en romanist Samuel (Sem) Dresden promoveerde op L’artiste et l’absolu (1941) – een studie naar de esthetische opvattingen van Proust en Valéry. In Existentie-philosophie en literatuurbeschouwing (1946) werkte hij de fenomenologische benadering van literatuur methodisch uit. Dresden werd in 1947 buitengewoon hoogleraar Franse letterkunde aan de Rijksuniversiteit Leiden en was van 1975 tot 1981 hoogleraar algemene literatuurwetenschap. Hij schreef een omvangrijk oeuvre van literatuurstudies en essays, o.a over het humanisme. In 1961 ontving hij de Dr. Wijnaendts Francken-prijs voor De literaire getuige. Enkele jaren na de J. Greshoff-prijs publiceerde S. Dresden zijn bekendste boek: Vervolging, vernietiging, literatuur (1991), over de literaire verwerking van de Holocaust.  

Jury 

Van de jury maakten deel uit: Harry Bekkering, Margaretha Ferguson, Han Foppe, Anton Korteweg, Jan van der Vegt, Herman Verhaar, Anne de Vries, Paul de Wispelaere en Ad Zuiderent.

 

Uitreiking

Aan de prijs was een bedrag van 5.000 gulden verbonden. De uitreiking vond plaats op vrijdagavond 16 december 1988 in het oude stadhuis aan de Javastraat in Den Haag. 

 

Credits portretfoto: Ben Wolson