Charlotte
Mutsaers

1992

J. Greshoff-prijs
Charlotte Mutsaers (1942) kreeg de tweejaarlijkse J. Greshoff-prijs 1992 voor Kersebloed, een ‘onweerstaanbaar briljant en slim geschreven’ boek, ‘in een rijke taal, die soms de schijn van gewoonheid heeft maar dikwijls helderheid en grilligheid laat samenklinken’ aldus Joris Note, schrijver van het begeleidend essay. ‘De vitaliteit en de humor werken aanstekelijk, maken je vrolijk, maar ze verdringen of ridiculiseren niet de ernst en het leed en de tragiek en de dood.’

Kersebloed (1990) is de tweede essaybundel van het dubbeltalent Mutsaers. Net als Hazepeper gevolgd door Napoleon, Sunt pueri pueri… en Varia (1985) houdt de bundel – met tekeningen, gedichten, foto’s – zich niet strikt aan één genre. 

 

‘Je kunt de tweeëntwintig teksten uit Kersebloed zeker als essays of beschouwend proza aanduiden (en bekronen),’ schrijft Note. ‘Maar vaak hebben ze tevens iets verhaal-achtigs, ze bevatten heel wat autobiografische elementen en anekdotes, en het slot ziet er zowaar uit als een vraaggesprek (…).’ De stukken gaan eigenlijk allemaal over vormaspecten in kunst en literatuur. De verleidelijke kracht van Kersebloed zit niet in de ideeën op zich, ‘het bijzondere is dat de theorieën of theorietjes (over lichtheid, vorm, enzovoort) ter plekke in de praktijk gebracht worden. Ze illustreren zichzelf, voeren zichzelf uit, maken zichzelf waar (…).’  

'De verleidelijke kracht van Kersebloed zit niet in de ideeën op zich, ‘het bijzondere is dat de theorieën of theorietjes (over lichtheid, vorm, enzovoort) ter plekke in de praktijk gebracht worden.'

Jacq Vogelaar ging in Bzzletin in op de vragen waaruit Kersebloed voor de helft lijkt te bestaan. ‘De mooiste vragen bij Mutsaers vind ik die tussen haakjes. “Toen ik er voor de eerste keer mee naar toe werd getroond (houden vaders meer van circussen dan moeders? Op de tien vaders zag ik meestal één moeder), was ik acht jaar.” Of: “Als iemand beweert dat een boek ontroerend is, bedoelt hij doorgaans dat hij door een niet nader te definiëren, positief, tikje verdrietig, intens, innig, ‘menselijk’ gevoel (heeft iemand wel eens een ontroerd dier gezien?) bevangen werd toen hij het las.” Tussen haakjes wil zoveel zeggen als buiten de orde: het is weliswaar niet aan de orde, maar Terzijde stel ik deze vraag toch maar, tussendoor, vanuit de flank, goed om iemand die doordraaft even uit balans te brengen.’ 

 

Beeldend kunstenaar en Rietveld-docent Charlotte Mutsaers begon na haar schildersopleiding aan haar studie Nederlands. Ze debuteerde met Het circus van de geest (1983), moderne, absurdistische emblemata. In 1986 verscheen het beeldverhaal Mijnheer Donselaer zoekt een vrouw, haar eerste roman De markiezin in 1988. Ze illustreerde onder (veel) meer de debuutroman Nathan Sid van Adriaan van Dis en Hoe de dieren in de hemel kwamen van J.M.A. Biesheuvel. Ze had in 1983 – toen nog als schilderes – van zich doen spreken (‘echt lachen geblazen’) in de eerste aflevering van Hier is… Adriaan van Dis omdat ze ‘de kunst van het achterstevoren praten en zingen volledig beheerst (“Wilt u nog een glas wijn? Gaarg, reenem nav siD”)’, zoals de Volkskrant schreef. 

Jury 

Van de jury maakten deel uit: Harry Bekkering, Han Foppe, Anton Korteweg, Nicolette Smabers, Jan van der Vegt, Herman Verhaar, Sarah Verroen, Paul de Wispelaere en Ad Zuiderent.

 

Uitreiking

Aan de prijs was een bedrag van 5.000 gulden verbonden. De uitreiking vond plaats op vrijdagavond 11 december 1992 in het oude stadhuis aan de Javastraat in Den Haag.  

 

Credits portretfoto: Michiel Hendryckx