Patricia
de Martelaere

1994

J. Greshoff-prijs
Patricia De Martelaere (1957-2009) kreeg de tweejaarlijkse J. Greshoff-prijs 1994 voor haar essaybundel Een verlangen naar ontroostbaarheid. Over leven, kunst en dood.

Elk kunstwerk is zonder daarom uitdrukkelijk autobiografisch of zelf-expressief te zijn, het resultaat van een radicale identificatie van de kunstenaar, niet alleen met zijn werk, maar ook en vooral met de latere waarnemer van dat werk, die hij – hoe kan het ook anders – modelleert naar zichzelf.  

 

‘Waardevolle leerstukken over leven, kunst en dood’ noemde de jury de twaalf essays in Een verlangen naar ontroostbaarheid (1993).  

 

De Martelaere ‘beoefent de paradox en de omkering met verve, zoals alleen al uit de titel van haar bundel mag blijken. Een schrijver rijst in haar essays niet op als iemand die iets mee te delen heeft en daar zoveel mogelijk lezers mee wil amuseren, stichten, onderhouden of van de straat houden, maar als iemand die eigenlijk niets wil zeggen, maar wel aldoor de dwingende behoefte voelt om te spreken.’ Deze schrijver richt zich ‘niet per definitie tot een lezer, maar via een omweg misschien wel in de eerste plaats tot zichzelf, deze “praatzieke mysticus”.’  

‘Waardevolle leerstukken over leven, kunst en dood’

Terugkerende namen in dit werk zijn Wittgenstein, Freud, Pavese en Nietzsche. De essays over leven en kunst, schrijven, spreken en lezen, over de kleur van klanken, over fictie in de literatuur, vormen volgens de jury een theoretisch fundament bij de romans van De Martelaere. ‘Somber stemmen ze niet, ook al valt er uit te leren dat de mens uit vrees voor zelfverlies liever niemand (dan zichzelf) zou beminnen, dat hij liever ontroostbaar is dan ogenschijnlijk gelukkig, dat hij zelfs liever dood is dan dat hij leeft, en dat hij, in sommige gevallen althans, een zelfgekozen dood prefereert boven een natuurlijke, omdat hij daarmee zijn leven tot en met de laatste snik in eigen hand meent te kunnen houden (al heeft hij na zijn dood niets meer aan die wetenschap).’  

 

Deze essaybundel vat de thema’s uit haar literaire werk samen en tilt ze ‘op de hoogte van een universele beklemming’, schrijft Willem Otterspeer in het begeleidend essay bij de prijs. Het is een zelfbesloten oeuvre dat begon met het Nachtboek van een slapeloze, ‘de inversie van een dagboek en tegelijk een roman’, aldus Otterspeer. Het laatste essay in deze bekroonde bundel is ‘Het dagboek en de dood’, waarin de stelling wordt verdedigd dat het dagboek de meest elementaire vorm van literatuur is, ‘als het ware tussen leven en schrijven in’. ‘Zoals het dagboek een levensboek is, is het Nachtboek van een slapeloze een doodsboek. (…) Gesloten werelden zijn de romans van De Martelaere, een gesloten wereld is haar werk. Het surrealistisch effect ervan wordt door de vormexperimenten beklemtoond.’  

 

Patricia De Martelaere was hoogleraar in de wijsbegeerte aan de Katholieke Universiteit van Brussel. Ze promoveerde in 1984 op het proefschrift Hume, de wetenschap en het gewone denken en debuteerde in 1988 als romanschrijfster met Nachtboek van een slapeloze (Prijs voor het Beste Vlaamse debuut). Daarop volgden de romans De schilder en zijn model (1989), Littekens (1990) en De staart (1992). Ze was medeoprichter van Filosofie Magazine

Jury

De jury bestond uit: Harry Bekkering, Hugo Brems, Han Foppe, Aukje Holtrop, Anton Korteweg, Janet Luis, Nicolette Smabers, Sarah Verroen en Ad Zuiderent.

 

Uitreiking

Aan de prijs was een bedrag van 5.000 gulden verbonden. De uitreiking vond plaats op vrijdagavond 16 december 1994 in Den Haag. 

 

Credits portretfoto: Ben Wolson