Kees
’t Hart

2016

J. Greshoff-prijs
Kees ’t Hart (1944) heeft de tweejaarlijkse J. Greshoff-prijs 2016 ontvangen voor zijn essaybundel Het gelukkige schrijven.

Om goede kunst te maken moet je ongelukkig zijn, denkt men vaak. Flauwekul, vindt ’t Hart, het gaat juist om het geluk tijdens het maken van kunst. In Het gelukkige schrijven (2015) probeert ’t Hart het geluk van de maker te begrijpen: wie heeft het, wie niet? En wat moet je doen om het te bereiken?  

 

‘Er zijn weinig schrijvers die zo nieuwsgierig zijn naar wat anderen hebben geschreven (…), zij het niet naar waarover ze hebben geschreven, maar naar hoe ze hebben geschreven,’ stelde de jury. ‘’t Hart heeft dan ook een broertje dood aan morele oordelen in het denken over literatuur en dat gaat – heel verfrissend – tegen de heersende mode in. (…) Door de speelsheid die zo karakteristiek is voor de essays van ’t Hart en die het lezen van Het gelukkige schrijven tot zo’n groot plezier maakt, zouden we bijna vergeten dat er toch echt iets op het spel staat. Gelukkig word je niet zomaar, als schrijver niet en als lezer niet.’ 

'Door de speelsheid die zo karakteristiek is voor de essays van ’t Hart en die het lezen van Het gelukkige schrijven tot zo’n groot plezier maakt, zouden we bijna vergeten dat er toch echt iets op het spel staat.'

’t Hart staat altijd op de bres voor literatuur, en ‘het “gelukkige schrijven” is zijn formule voor zijn literatuuropvatting’, schrijft Arnold Heumakers in het begeleidend essay. Een heldere definitie geven van ‘het gelukkige schrijven’ blijkt onmogelijk, en het zou alleen maar leiden tot verstarring tot een theorie of doctrine: ‘Het raadsel zou zijn verdwenen, het onbekende zou zijn veranderd in het bekende, het gelukkige schrijven zou geen kans meer krijgen’. Een begrijpelijke wereld waarin alles bekend is zou ook ‘geen streven, geen verlangen meer’ betekenen, een ‘literair schrikbeeld’ voor ’t Hart: ‘in een volmaakte literatuur zou nooit meer iets nieuws, iets onverwachts, iets krankzinnigs kunnen gebeuren’.  

 

Een aanwijzing is wel te vinden in de reactie op het gelukkige schrijven, dat ’t Hart als geslaagd beschouwd wanneer de lezer wordt verleidt tot ‘een onophoudelijk lachen bij de aanblik van de werkelijkheid’ – ‘als de werkelijkheid in al haar normale absurditeit wordt waargenomen via het kunstige, paradoxale ironische, dromerige prisma van zijn gelukkige schrijven’. 

 

‘Het allerleukst aan ’t Hart is het ongetemde en aanstekelijke plezier,’ schreef de Volkskrant. ‘Zie hier dan de pendant van ’t Harts gelukkige schrijven: het gelukkige lezen.’  

 

Kees ’t Hart debuteerde met de verhalenbundel Vitrines (1988), waarna de roman Land van genade (1989) volgde. Na vier romans ontving hij de Piter Jelles-prijs voor zijn oeuvre. Voor de roman De revue (1999) kreeg hij de Multatuliprijs. In 1998 publiceerde hij de essaybundel Overlezen, zijn poëziebundel Kinderen die leren lezen uit hetzelfde jaar werd bekroond met de Ida Gerhardt Poëzieprijs. Zijn recente romans Hotel Vertigo (2012) en Teatro Olimpico (2014) kregen lovende kritieken. Sinds 1992 is hij recensent voor De Groene Amsterdammer. 

Jury 

De jury onder voorzitterschap Aad Meinderts bestond uit Erica van Boven, Jeroen Dera, Yra van Dijk, Arjen Fortuin, Jan de Roder, Carl De Strycker en Maria Vlaar.

 

Uitreiking

Aan de prijs was een bedrag van 5.000 euro verbonden. De officiële uitreiking vond plaats tijdens het Schrijversfeest op zondagmiddag 22 januari 2017, in Theater aan het Spui in Den Haag.  

 

Credits portretfoto: Philip Mechanicus / MAI