Gerrit
Kouwenaar

1962

Jan Campert-prijs
Gerrit Kouwenaar (1923-2014) kreeg de Jan Campert-prijs 1962 voor zijn dichtbundel De stem op de 3e etage.

‘In deze bundel heeft Kouwenaar getoond een geheel eigen en onafhankelijke plaats onder de z.g. “Vijftigers” in te nemen,’ schreef de jury. ‘Zijn taal is helder en sterk, helder in de eerste plaats door de uitgesproken intelligentie, waarmee hij zijn beelden vormt en de intuïtieve stroom in zijn gedichten registreert in een zo objectief mogelijke weergave van de meest subjectieve ervaringen en waarnemingen. Ofschoon deze verzen, door hun geconcentreerdheid en hun originele beeldspraak, de volle aandacht en een onbevooroordeelde benadering van de lezer eisen, wordt de uitwerking van deze poëzie niettemin des te sterker.’  

 

Gerrit Kouwenaar trad met de dichters Jan Elburg en Lucebert toe tot de Nederlandse Experimentele Groep, waaruit de Beweging van Vijftig ontstond. De stem op de 3e etage (1960) was zijn vierde reguliere dichtbundel. Hij publiceerde al in clandestiene blaadjes tijdens de oorlogsjaren. Voor de bloemlezing Vijf Vijftigers (1955) schreef hij de inleiding. Zijn debuutbundel was Achter een woord (1953). In de vroege jaren vijftig verschenen zijn romans Negentien-nu en Ik was geen soldaat.  

 

‘Vanaf de bundel Het gebruik van woorden (1958) gaat hij zich nadrukkelijker bezinnen op de problematische relatie van taal en werkelijkheid,’ schreef R.L.K. Fokkema in zijn studie Het komplot der Vijftigers (1979). ‘Zijn poëzie is een taallaboratorium waarin het gedicht niet ontstaat als écriture automatique – metafoor voor de spontane creativiteit – maar bewust wordt geconstrueerd. Als veel modernistische dichters streeft hij naar het gedicht als een ding, naar onpersoonlijke poëzie die niet uit ideeën maar uit woorden bestaat.’ 

‘In deze bundel heeft Kouwenaar getoond een geheel eigen en onafhankelijke plaats onder de z.g. “Vijftigers” in te nemen,’

Tijdens de uitreiking van de Jan Campert-prijs sprak burgemeester Kolfschoten: ‘Hij heeft mede het gezicht bepaald van de moderne Nederlandse literatuur en zijn stem klonk niet van een ivoren toren maar van een derde etage.’ 

 

Kouwenaar won twee keer de Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam: in 1958 met het gedicht ‘De mensen zijn geen goden’ uit de bundel Het gebruik van woorden en in 1961 met ‘Zou een hand’ uit De stem op de 3e etage, maar die tweede keer had hij de prijs niet aanvaard. Kouwenaar was een van de 65 schrijvers van het eerste Schrijversprotest in 1962. In zijn dankwoord zei hij: ‘Wij vragen als ons goed recht in staat te worden gesteld als schrijvers te bestaan. Als in de toekomst prijzen geweigerd zullen worden, dan is dit omdat wij niet meer willen meewerken aan een kunstbeleid, dat ons niet voor vol aanziet.’ 

Jury

Van de jury onder voorzitterschap van A. Mout maakten deel uit: Bert Bakker, Pierre H. Dubois en Gerrit Kamphuis.

 

Uitreiking

Aan de prijs was een bedrag van 1.500 gulden verbonden. De prijsuitreiking vond plaats op woensdagavond 19 december 1962 in het Haagse stadhuis.  

 

Credits portretfoto: Jac. de Nijs/Nationaal Archief