Ed.
Hoornik

1963

Jan Campert-prijs
Ed. Hoornik (1910-1970) kreeg de Jan Campert-prijs 1963 voor De vis / In den vreemde.

De bundel De vis. Gevolgd door In de vreemde was in 1962 verschenen als deel 41 in de reeks De Ceder, van uitgeverij Meulenhoff.  

 

‘Op “episch” niveau verhaalt De vis hoe een echtpaar tijdens een Spaanse reis de verdrinkingsdood meemaakt van een jongetje. Op “lyrisch” niveau verbeeldt het gedicht onder meer het ontoereikend dichterschap, de religieuze nood, de schuldgevoelens en de doodsobsessie van de mannelijke hoofdfiguur, waarbij schuld en dood verbonden worden met beelden uit het concentratiekamp,’ schreef G.J. van Bork voor het DBNL biografieënproject. 

 

In 1951 had Hoornik zijn Verzamelde gedichten uitgebracht, met een voorwoord van J.C. Bloem. Zijn kleine bundel Het menselijk bestaan (1952) – volgens Volkskrant-recensent Gabriël Smit ‘een hoogtepunt in de Nederlandse poëzie’ – werd binnen een jaar viermaal herdrukt. 

 

Ed. Hoornik was in de jaren dertig journalist bij de dagbladen De Tijd en het Algemeen Handelsblad en was oprichter en redacteur van de tijdschriften Werk (1939) en Criterium (1940-1942). Hij publiceerde in De Gemeenschap, Forum en Groot Nederland, ook stukken waarin hij zich keerde tegen het antisemitisme en fascisme. Hij debuteerde in 1936 als dichter met de bundel Het keerpunt in de Vrije bladen. Zijn epos Mattheus (1937), over een psychopaat die ontsnapt uit een inrichting, werd bekroond met de Van der Hoogt-prijs.  

 

In de oorlog werd zijn werk verboden. Aanvankelijk wist hij onder te duiken, later werd hij door de Duitsers gevangengezet in Buchenwald en Dachau. Vanaf 1945 was hij onder meer redacteur bij Vrij Nederland, het Haagsch DagbladDe Gids en het tijdschrift Delta, a review of arts and thoughts in the Netherlands.  

 

Behalve dichter was Ed. Hoornik een veelgevraagd toneelschrijver. Ook zijn stukken schreef hij in verzen, ‘omdat het bloed kruipt waar het niet gaan kan’. ‘Bovendien kunnen bepaalde dramatische spanningen, die in ieder toneelstuk voorkomen, door poëzie worden verhevigd en verdiept. Zelfs een niet met poëzie vertrouwd publiek kan door een drama in verzen worden meegesleept.’  

Jury

Van de jury onder voorzitterschap van A. Mout maakten deel uit: Bert Bakker, Pierre H. Dubois en Gerrit Kamphuis.

 

Uitreiking

Aan de prijs was een bedrag van 1.500 gulden verbonden. De prijsuitreiking vond plaats op donderdagavond 19 december 1963 in het Haagse stadhuis. 

 

Credits portretfoto: Louis van Paridon / Nationaal Archief / Collectie Spaarnestad