Albert
Bontridder

1972

Jan Campert-prijs
Albert Bontridder (1921-2015) kreeg de Jan Campert-prijs 1972 voor de bundel Zelfverbranding.

‘Bontridder schrijft een poëzie die, zoals hij zelf eens uitdrukte, “exacte aandacht wil zijn”, waarbij echter het anecdotische element geheel in zijn persoonlijke verbeelding verwerkt en opgelost wordt,’ aldus de jury. ‘Dat Bontridder ook en vooral in zijn laatste bundel erin is geslaagd met een verbluffende rijkdom aan associatieve beelden – die ook van de lezer “exacte aandacht” vragen – zo’n indringend beeld van tijd en mens te geven, is voor de jury aanleiding geweest deze bundel eenstemmig ter bekroning (…) voor te dragen.’ 

 

De architect Albert Bontridder debuteerde in 1950 in de Vlaamse reeks Tijd en Mens van o.a. Jan Walravens met twee bundels: Hoog water en Poésie se brise. ‘Hoezeer hij zich als persoon ook steeds op de achtergrond heeft gehouden, zijn gedichten wekten al dadelijk bij zijn generatiegenoten in het Zuiden grote bewondering en geestdrift, zodat zijn eerste optreden enigszins vergelijkbaar is met dat van de jonge Lucebert in het Noorden,’ schreef de jury. Door ‘haperingen’ in de communicatie ‘drong zijn stem echter pas veel later in Nederland door’. En dat terwijl zijn derde bundel, Dood hout, met een inleiding door Louis Paul Boon en geïllustreerd door Corneille, in 1953 in Amsterdam was verschenen. Zelfverbranding (1971) was Bontridders zevende bundel. 

‘Bontridder schrijft een poëzie die, zoals hij zelf eens uitdrukte, “exacte aandacht wil zijn”, waarbij echter het anecdotische element geheel in zijn persoonlijke verbeelding verwerkt en opgelost wordt,’

‘Het overheersende thema in de gedichten van Bontridder was en is nog steeds de vernietigende uitwerking van de macht, het gevestigd gezag op de weerloze enkeling, die op zoek naar zichzelf tegelijkertijd de bouwer van de macht en daarmee van zijn eigen ondergang is, want, zoals de laatste regels van de eerste cyclus uit Zelfverbranding luiden: “De ruggegraat van gezag wordt gevoed met het merg van de onmachtigen”. De problematiek van het recht van de enkeling op autonome levenservaring tegenover het onontkoombaar gezag van de collectiviteit wordt in Bontridders gedichten niet in abstracto, maar steeds aan de hand van zeer concrete gegevens tot uiting gebracht. Deze concrete gegevens, ontleend aan persberichten, reportages, brieven en andere documenten, hebben in Zelfverbranding betrekking op de zelfmoord van Jan Palach en Blanka Nachazelova en andere individuele protesten tegen de Russische bezetting na de z.g. Praagse Lente van 1968.’  

Jury

Van de jury maakten deel uit: Gerrit Borgers, Pierre H. Dubois, Jacques den Haan en Gerrit Kamphuis.

 

Uitreiking

Aan de prijs was een bedrag van 3.000 gulden verbonden. De uitreiking vond plaats op dinsdagavond 19 december 1972 in het Haagse stadhuis.