C.
Buddingh

1976

Jan Campert-prijs
C. Buddingh’ (1918-1985) kreeg de Jan Campert-prijs 1976 voor de bundel Het houdt op met zachtjes regenen.

‘De aanvaarding van het alledaagse – en van wat men wel “ondichterlijk” noemt – als bij uitstek poëtisch geladene, is sinds jaren karakteristiek voor de poëzie van Cees Buddingh’,’ aldus de jury. ‘Zo bezong deze dichter eens de geliefde in de volgende “zeer kleine ode”:  

 

Vanochtend 

zag ik op straat 

een leeg heinz-blikje liggen: 

en onmiddellijk dacht ik aan jou: 

57 variaties.  

 

In de bundel Het houdt op met zachtjes regenen staat te lezen:  

De dichter 

is een straathond geworden, en straathonden zijn 

per definitie niet zo bijster verzot op het hogere, 

ze gaan meer af op hun neus – en wat daarin opstijgt 

geurt zelden naar viooltjes. 

 

Het is een opmerking die typerend lijkt voor een poëzie, waarin een onbevangen en goedmoedig snuffelen – met alle ontwapenende humor van dien – samengaat met een waaks signalement van het niet-lieflijke, van tragiek en absurditeit. De oden en elegieën in deze nieuwe bundel kennen alleen maar de winst van deze accenten: de kracht van direktheid en persoonlijke betrokkenheid, de openheid van verrassende wendingen en wisselingen, in een adekwate versvorm tot een sterk geheel samengevoegd.’  

 

Cees Buddingh’ was bij het grote publiek bekend, onder meer van zijn gorgelrijmen en van radio en tv. Hij debuteerde met de bundel Het geïrriteerde lied (1941). ‘De blaauwbilgorgel’ maakte zijn debuut in het oorlogsjaar 1943 in het surrealistische tijdschrift De Schone Zakdoek. Hij had al een zeer omvangrijk poëtisch oeuvre geschreven toen in 1976 Het houdt op met zachtjes regenen verscheen, een bundel die met alle lof werd ontvangen.

 

Op de achterflap was een stuk uit zijn dagboek afgedrukt, over de totstandkoming van de bundel: ‘de gedichten die er plots weer uit beginnen te rollen (...) het waren verzen waarvan ik, als de eerste regel op papier stond, totaal niet wist hoe het verder zou gaan – en dat boeide me enorm. Maar toen ik ze Hans Sleutelaar liet zien, nadat die eerst het “In Memoriam Gerrit M.” gelezen had – “Schitterend. Voegt een nieuwe dimensie aan je poëzie toe” – schoof hij die andere al vrij spoedig van zich af: (...) ze misten die dimensie. (...) hij had gelijk (...) en de volgende dag heb ik Hans een briefje geschreven dat het uit was met de “experimenten” en dat ik me bepalen zal tot de oden en elegieën.’ 

Jury

Van de jury maakten deel uit: Gerrit Borgers, Pierre H. Dubois, Jacques den Haan, Gerrit Kamphuis, André Matthijsse, Harry Scholten en Paul de Wispelaere.

 

Uitreiking

Aan de prijs was een bedrag van 3.500 gulden verbonden. De uitreiking vond plaats op vrijdagavond 17 december 1976 in het Haagse stadhuis. 

 

Credits portretfoto: Hans Roest