Kees
Ouwens

1985

Jan Campert-prijs
Kees Ouwens (1944-2004) kreeg de Jan Campert-prijs 1985 voor de bundel Klem.

Zijn poëzie brengt een bijzondere fascinatie teweeg, volgens de jury. ‘Niets lijkt eenvoudiger voor iemand die over zijn volle zintuiglijke, verstandelijke en verbale vermogens beschikt, dan weer te geven wat hij ziet, hoort, ruikt, proeft, betast en meemaakt. Maar zo gauw ook de volle artistieke vermogens een rol spelen, wordt deze eenvoud een probleem. Zo schrijft Kees Ouwens in het gedicht “Obductie” uit de genoemde bundel: 

 

Ik worstelde de zichtbaarheid door als 

de analfabeet de cultuur met het schrift 

als de sterveling de eindigheid 

als de gestorvene het onuitsprekelijke 

 

Met opzet lijkt Ouwens in zijn gedichten genoemde volle vermogens te lijf te gaan: hij ontwricht het lichaam, hij maakt een al te soepele taal stijf, hij betreedt gebieden waarin het verstand de eigen werking opnieuw moet zien te ontdekken; zo komt de volledige aandacht allereerst te liggen op het gedicht als kunstwerk, als een beklemmende abstrakte droom. Details stapelen zich erin op en krijgen een emotionele kracht die hun detail-zijn verre overstijgt.  

'Met opzet lijkt Ouwens in zijn gedichten genoemde volle vermogens te lijf te gaan,'

Gingen in Ouwens’ debuut Arcadia (1968) een brede taalhantering en een anekdotische verteltrant nog goed samen, deze twee zijn in de loop van de daaropvolgende bundels uit elkaar gegroeid, maar zonder dat Ouwens hoefde te verloochenen dat hij zich tot beide aangetrokken voelde. Zo lijkt ook in Klem menig gedicht te herleiden tot een anekdote, maar het fascinerende woordgebruik weigert bij deze herleiding behulpzaam te zijn. Waar deze spanning tussen taal en vertellen, dit doorworstelen van de zichtbaarheid, voortdurend aanwezig is, staat er in deze bundel geen gedicht dat niet direkt zijn maker verraadt.’ 

 

Klem (1984) was de vierde bundel van Kees Ouwens. Voor zijn derde, Als een beek, ontving hij in 1976 de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs. In 1983 werd zijn oeuvre bekroond met de Trevanian-poëzieprijs. 

 

In een interview met de Haagse Post had Ouwens in 1980 gezegd: ‘Mijn thematiek is het onoplosbare conflict. Dat moet ook in de taal naar voren komen. Een conflict kun je niet in fraai rijmende zinnen vatten. Mijn gedichten moeten een zekere gewrongenheid hebben.’ 

Jury 

Van de jury maakten deel uit: Harry Bekkering, Margaretha Ferguson, Han Foppe, Gerrit Kamphuis, Anton Korteweg, André Matthijsse, Paul de Wispelaere en Ad Zuiderent.

 

Uitreiking

Aan de prijs was een bedrag van 4.500 gulden verbonden. De uitreiking vond plaats op vrijdagavond 13 december 1985 in het Haagse stadhuis. Kees Ouwens kon er niet bij aanwezig zijn.