Herman
de Coninck

1986

Jan Campert-prijs
Herman de Coninck (1944-1997) kreeg de Jan Campert-prijs 1986 voor De hectaren van het geheugen.

‘Een magistraal orgelpunt van een bundel,’ schreef de jury. Herman de Coninck probeert ‘voor ons op de wijze van de poëzie de wortels van de mannelijke eenzaamheid bloot te leggen’. 

 

‘Ik probeer aanvaarding te maken, omdat ik die niet heb,’ zei De Coninck eens. Volgens de jury brengt hij dit ‘onder meer in de praktijk door zijn liefde voor en kennis van poëzie om te zetten in heel persoonlijke essays. (…) Maar De Coninck is in de eerste plaats dichter. Hij eigent zich dus niet alleen andermans pogingen toe om zich met het leven te verzoenen, maar schept uit zichzelf aanvaarding. Hij doet dat op een zodanige manier dat zijn lezers getroost worden door zijn stoïsch pessimisme. De situatie is hopeloos, maar niet ernstig, dat is de indruk die De hectaren van het geheugen achterlaat. De bundel kan gelezen worden als een loflied op de als vanzelfsprekende superioriteit van de vrouw in haar hoedanigheden van de eigen moeder, de minnares en de moeder van je kind. Maar De hectaren van het geheugen is toch met name een exploratie van het bestaan van de in het midden van het leven benarde man die nu eenmaal zijn rol te spelen heeft als minnaar, zoon en vader en die zich daarvan pijnlijk bewust is.’  

'De situatie is hopeloos, maar niet ernstig, dat is de indruk die De hectaren van het geheugen achterlaat.'

In 1985 was De Coninck een van de best verkochte dichters in Vlaanderen, zijn debuutbundel De lenige liefde (1969) beleefde dat jaar zijn tiende druk. In Nederland was hij toen nog minder bekend. ‘Ik heb daar alleen een algemene verklaring voor,’ zei hij in NRC. ‘De situatie is vergelijkbaar met de verhouding Engeland-Amerika: twee volkeren gescheiden door een zelfde taal. Het werkt in twee richtingen. (…) Een verschijnsel als neo-realisme heb je zowel in Nederland als in Vlaanderen in de poëzie gehad, maar het was totaal verschillend. In Nederland was er Barbarber en De Nieuwe Stijl: een bijna agressieve, programmatische beweging die afrekende met de Vijftigers. In Vlaanderen kwam dat een paar jaar later, minder polemisch en met meer gevoel. (…) Ik denk dat ik in Vlaanderen met het nieuw-realisme het eerst was. Dat is me onlangs nog aangewreven. Toen mijn verzamelbundel Onbegonnen werk (1984) verscheen, is me verweten dat ik in een stijl schreef die ik zelf had uitgevonden! Achteraf bekeken stond ik, vooral met dat speelse in mijn poëzie, onder invloed van E.E. Cummings.’  

 

Onbegonnen werk bevatte de gedichten van 1964 tot 1982. De hectaren van het geheugen (1985) was zijn vierde dichtbundel. In 1983 was zijn boek Over de troost van pessimisme verschenen, met essays over de poëzie van onder Rutger Kopland, Ed Leeflang, Judith Herzberg en Willem van Toorn.

Jury

Van de jury maakten deel uit: Harry Bekkering, Margaretha Ferguson, Han Foppe, Anton Korteweg, Harry Scholten, Jan van der Vegt, Paul de Wispelaere en Ad Zuiderent.

 

Uitreiking

Aan de prijs was een bedrag van 5.000 gulden verbonden. De uitreiking vond plaats op vrijdagavond 12 december 1986 in het Haagse stadhuis. 

 

Credits portretfoto: Ben Wolson / Literatuurmuseum