Leonard
Nolens

1991

Jan Campert-prijs
Leonard Nolens (1947) kreeg de Jan Campert-prijs 1991 voor Liefdes verklaringen .

‘Met deze rijke poëzie behoort Nolens tot de belangrijkste dichters van dit moment,’ aldus de jury. ‘Liefdes verklaringen is zijn zoveelste blijk van meesterschap.’ 

 

‘Ben ik een fles in zee, een les in duisternis?’ citeerde de jury uit het openingsgedicht. ‘Die vraag (…) is een van de vele vragen, beelden en redeneringen waarmee Leonard Nolens zich waagt aan de complicaties van de liefdesverklaring, van de dichterlijke communicatie, van zijn behoefte “een noodzaak te worden voor een ander”, zoals hij het elders noemt. 

 

Het lijkt zo’n dankbaar genre, het liefdesgedicht. Maar het is vooral een moeilijk genre, een genre waarin valse retoriek, pathos en clichés al gauw op de loer liggen. Er zijn bovendien weinig genres waarin het gebruik van clichés tegelijkertijd zo onvermijdelijk en zo gevaarlijk is. Daarom is het liefdesgedicht het genre van de meesterproef. 

 

Dat Nolens voor die meesterproef geschikt is, daarvan levert hij al ruim twintig jaar het bewijs. Sinds tien jaar is men daarvan ook in Nederland hoe langer hoe meer overtuigd geraakt. Nolens heeft een uitgesproken voorkeur voor het persoonlijke: hij heet de lezer per gedicht welkom, en stelt vervolgens naasten en verwanten uit een ver verleden voor. Zo maakt hij ons allen van zijn liefdesverklaringen deelgenoot. 

 

Hij bespeelt daarbij sterk uiteenlopende registers, van de lyrische aanroeping tot de redenerende conclusie. Hij is een dichter van overvloed; zijn taal is weelderig, vol dwingende retoriek en levendige beelden. Een rijkdom aan klankkleur waarin hij naar eigen zeggen gregoriaanse muziek heeft gemengd met gortdroog Nederlands, dat hij vervolgens weer heeft besprenkeld met het springlevende plat van zijn dode moeder. Daarmee is nog maar een deel van de ingrediënten genoemd.’ 

‘Met deze rijke poëzie behoort Nolens tot de belangrijkste dichters van dit moment,’ 

Nolens debuteerde in 1969 met de bundel Orpheushanden en publiceerde een tiental bundels. Voor Liefdes verklaringen (1990) ontving hij in Vlaanderen de Driejaarlijkse Staatsprijs. ‘Enkele van de krachtigste, meest ontredderende liefdesverzen van de Nederlandse poëzie,’ schreef Hugo Brems over de bundel. Bernard Dewulf vond het ‘wijze poëzie’: ‘Er is mij niet zoveel poëzie bekend waarin verstand en passie, rede en sentiment zo vanzelfsprekend samengaan. (…) En weinig poëzie die zo’n grote precisie in het sentiment bereikt als die van Nolens. Deze dichter is een onmeedogend chirurg van onze ziel.’  

 

Zijn poëzie is persoonlijk en retorisch. In een interview met Reinjan Mulder voor NRC zei hij: ‘Ik kan niet schrijven zonder iets of iemand aan te spreken. In mijn werk kom je veel persoonlijke voornaamwoorden tegen, veel ik, u, jij en wij. Ik heb weleens geprobeerd over dingen te schrijven maar dat ging niet. Ook het woordje “men”, dat je veel bij Kouwenaar ziet, gebruik ik nauwelijks. De literatuur is voor mij, net als voor Barthes, de utopie van de taal. Ik zou willen schrijven zoals ik wil dat de mensen met elkaar omgaan. Het gedicht als ideaal gesprek.’  

 

In 1991 kwam ook zijn verzamelbundel Hart tegen hart uit, een selectie van zo’n vierhonderd gedichten uit de periode 1975-1990. Sinds de jaren tachtig verschenen Nolens’ dagboekaantekeningen Stukken van mensen: dagboek 1979-1982 en Blijvend vertrek: dagboek 1983-1989. 

Jury

Van de jury maakten deel uit: Harry Bekkering, Han Foppe, Anton Korteweg, Nicolette Smabers, Jan van der Vegt, Herman Verhaar, Sarah Verroen, Paul de Wispelaere en Ad Zuiderent.

 

Uitreiking

Aan de prijs was een bedrag van 5.000 gulden verbonden. De uitreiking vond plaats op vrijdagavond 13 december 1991 in het oude stadhuis aan de Javastraat in Den Haag. 

 

Credits portretfoto: Gerrit Serne