Willem Jan
Otten

1992

Jan Campert-prijs
Willem Jan Otten (1951) kreeg de Jan Campert-prijs 1992 voor de bundel Paviljoenen.

‘Otten is voor alles een denkend dichter, vanaf zijn debuut begin jaren zeventig. Poëzie is voor hem net zo goed verwant aan verstand als aan gevoel,’ schreef Ad Zuiderent in Trouw over Paviljoenen (1991). ‘Dat is bij meer dichters het geval, maar Otten laat die opvatting zeer expliciet horen. De stroefheid die daarvan het gevolg is werkt als een sterk wapen tegen de al te ontvankelijke lezer die meer zichzelf wil lezen dan andermans gedichten en gedachten.’ 

 

In het begeleidend essay noemt Dick van Halsema de labyrintische wereld een dominant kenmerk in de bundel. Een wereld ‘waarin de omkering, de eindeloze omweg, de paradox, de vermenigvuldiging het vrijwel voor het zeggen hebben. Dingen en abstracties verliezen hun contouren en verbanden en krijgen deel aan een verwarrende veelheid van mogelijkheden.’ Zowel in Ottens poëzie als in zijn prozastukken is er een ‘uitgewerkte dialectiek ontstaan van tastbare ontastbaarheden en ontastbare tastbaarheden, van vorm en vormeloosheid’.  

 

Een centrale rol in de eerste afdeling is weggelegd voor Penelope, vrouw van Odysseus. ‘Penelope heeft het goed bij Willem Jan Otten. Weven, uithalen, redderen, vrijers afhouden: ooit heeft ze dat allemaal moeten doen om te worden wie ze is, maar bij Otten heeft ze dat achter de rug. Vrijgesteld voor reflectie langs de vloedlijn wacht ze en ziet en wacht. Zo essayeert ze zich (…) van gedicht tot gedicht een universum bij elkaar dat zich voegt tussen de wachtende en de gewachte, tussen Penelope op Ithaka en haar achter de horizon verloren Odysseus.’ 

 

‘Odysseus zelf komt er in die eerste afdeling (…) niet aan te pas,’ schreef Guus Middag in NRC. ‘Hij mag in de tweede afdeling eindelijk, ergens in het jaar tweeduizend, thuiskomen op een verlaten Ithaka, waar “de paviljoenen finaal in zee gegleden zijn”, waar op het strand een “niet te troosten linker-adidas” ligt en waar van Penelope niet meer rest dan “het steeltje van haar laatste peer”.’ Het was ‘een bundel met een hoog essayistisch gehalte, met een hoge dosis zuivere lyriek en van een ontroerende vergeefsheid’.  

 

Otten debuteerde met de bundel Een zwaluw vol zaagsel (1973, bekroond met de Reina Prinsen Geerligs-prijs). Zijn derde bundel De eend (1975) werd door Anton Korteweg in Het Parool ‘een van de boeiendste en opvallendste bundels van dit jaar’ genoemd. Voor Ik zoek het hier (1980) ontving Otten de Herman Gorterprijs. In 1992 verscheen Ottens roman De wijde blik en hij publiceerde ook essays, een novelle en toneelwerk. Hij was sinds 1975 redacteur bij Querido – waar hij ook publiceerde – en sinds 1989 redacteur van literair tijdschrift TiradePaviljoenen was de eerste bundel die bij zijn nieuwe uitgever Van Oorschot verscheen.  

 

Jury

Van de jury maakten deel uit: Harry Bekkering, Han Foppe, Anton Korteweg, Nicolette Smabers, Jan van der Vegt, Herman Verhaar, Sarah Verroen, Paul de Wispelaere en Ad Zuiderent.

 

Uitreiking

Aan de prijs was een bedrag van 5.000 gulden verbonden. De uitreiking vond plaats op vrijdagavond 11 december 1992 in het oude stadhuis aan de Javastraat in Den Haag. 

 

Credits portretfoto: Mark Kohn