Huub
Beurskens

1996

Jan Campert-prijs
Huub Beurskens (1950) heeft de Jan Campert-prijs 1996 ontvangen voor zijn bundel Iets zo eenvoudigs.

Het is de kunst dit dan  

als niet minderwaardig te ervaren. 

Of dat te leren is? 

Dat al wat is even volmaakt  

onvatbaar is hoeft niet meer betoog. 

 

‘De mens kan de totaliteit – of de essentie, het wezen, de idee –  van, of achter, de werkelijkheid niet bevatten. Kunst, poëzie, mythe mogen dat al eeuwenlang geprobeerd hebben, de nietige, speelse, veranderlijke werkelijkheid zelf ridiculiseert dat iedere keer weer,’ schreef de jury. ‘Juist die uitgangspunten, die bevrijdende levensvisie, stelt Huub Beurskens in staat om gedichten te schrijven die extreem zinnelijk èn intellectueel rijk zijn, die de taal tegelijk opvoeren als een vehikel voor filosofische reflectie en als een muzikaal spel van klanken, ritmen en echo’s, O!’s.’ 

 

‘Bij nader lezen blijkt de titel dan ook niet te slaan op de gedichten als zodanig, maar op iets vlinderachtigs en unieks dat Beurskens daarin hoopt te vangen,’ schreef Peter de Boer in Trouw over Iets zo eenvoudigs (1995). ‘Misschien mag je dit “iets” wel gewoon heel ouderwets “schoonheid” noemen. Beurskens laat dit woord tenminste zowaar een keer vallen en plaatst er als kanttekening bij: “Schoonheid. Wie haar / ervaart wordt erdoor geboeid verlaten.” Deze paradox lijkt mij essentieel voor zijn poëzie: dat zij zich als gebiologeerd gekluisterd weet aan iets dat zich desondanks van haar verwijdert.’ 

 

Beurskens stelt zich voortdurend de vraag naar de plaats van het individu in de wereld. In het begeleidend essay toont Jos Joosten dwarsverbanden met het beschouwend proza van Beurskens in de essaybundel Circus Fernando (1995). Beurskens staat voortdurend in een tweestrijd: enerzijds wil hij ‘volledig opgaan’ in de wereld, anderzijds is hij verslaafd aan de ‘lust van het denken’. Joosten wijst op de steeds terugkerende dieren in het oeuvre van Beurskens, die de functie lijken te hebben ‘het bewuste wezen van de mens te benadrukken’. Zo probeert Beurskens ‘zo helder mogelijk het wezen van het menszijn af te bakenen’ en ‘exploreert [hij] datgene wat hem onderscheidt van de dieren: de reflectie op het eigen bestaan en vooral op zijn eigen sterfelijkheid.’ ‘Iets zo eenvoudigs is rechtstreeks resultaat van de keuze een poging te doen het mens-zijn aan de hand van zijn niet-beseffende omgeving te definiëren.’    

 

‘Het opmerkelijkste van Beurskens’ publikatiestroom is misschien nog wel dat er geen enkele voorzichtigheid valt te ontdekken,’ schreef Gert Jan de Vries in Trouw. ‘Je zou toch verwachten dat roem en prijzen de kunstenaar behoedzaam maken en hem zodoende hinderen. Bij Beurskens is daar niets van te merken. (…) Iets zo eenvoudigs, de titel van de nieuwe bundel, zou dus kunnen slaan op Beurskens’ toon en stijl. Alles is in deze bundel weer even fraai en begrijpelijk, zij het nog steeds zeer eigenzinnig.’ 

 

Huub Beurskens is dichter, schrijver, redacteur, essayist, vertaler en schilder. Hij debuteerde in 1970 met de dichtbundel Blindkap, waarna een tiental bundels volgde. In 1979 debuteerde hij als romanschrijver met De leguaan. Voor Hollandse wei en andere gedichten (1990) ontving hij de Herman Gorterprijs, en voor Aangod en de afmens (1994) de VSB Poëzieprijs. In 1995 kreeg hij de Halewijnprijs van de stad Roermond voor zijn gehele oeuvre. Beurskens was redacteur van de literaire tijdschriften Het Moment (1986-1988) en De Gids. Uit het Duits vertaalde hij werk van dichters als Georg Trakl, Nelly Sachs en Anne Duden.  

Jury

Van de jury maakten deel uit: Harry Bekkering, Hugo Brems, Han Foppe, Aukje Holtrop, Anton Korteweg, Janet Luis, Leonore van Prooijen, Nicolette Smabers en Ad Zuiderent.

 

Uitreiking

Aan de prijs was een bedrag van 5.000 gulden verbonden. De uitreiking vond plaats op vrijdagavond 13 december 1996 in Den Haag. 

 

 

Credits portretfoto: Roeland Fossen