Elma
van Haren

1997

Jan Campert-prijs
Elma van Haren (1954) heeft de Jan Campert-prijs 1997 ontvangen voor haar bundel Grondstewardess.

Een zeer eigenzinnige vorm, dat is het eerste wat opvalt aan de gedichten van Elma van Haren.  

‘Met hun schots en scheef inspringende versregels, de onregelmatige witverdeling, de soms letterlijk in de lucht hangende brokken tekst die al dan niet traps- of tapsgewijs zijn geordend, ogen zij bepaald chaotisch,’ schreef Peter de Boer in het begeleidend essay. ‘De overheersende indruk is die van een typografisch uitdijen en inkrimpen. Van rafeligheid links en rechts. Van een in de praktijk stevig oprekken van het begrip “vorm”.’ 

 

‘De visuele ritmiek van haar gedichten is heftig en onregelmatig,’ beschrijft De Boer de losse versvorm die Van Haren hanteert. ‘Wie te zeer aan de buitenkant van deze gedichten blijft, ziet alleen de vrolijke of treurige, brutale of kwetsbare, fantasierijke of triviale wanorde.’ De onoplettende lezer wordt dan ongeduldig: ‘de “buitenkant” alleen al suggereert spanning, het ontbreken van evenwicht, een zekere mate van “scheefzien”.’  

 

Maar ‘in de barokke overvloed [is] het besef van orde nooit geheel afwezig. Vrijwel elk gedicht lijkt een kern te bevatten, iets als het oog van een storm, waarin orde en wanorde elkaar wederzijds doordringen en opheffen. Ze fuseren als het waren tot iets van een andere… “orde”.’  

 

En dát is het waar het Van Haren om te doen lijkt. De mens weet ‘met “orde” en “wanorde” op zich weinig aan te vangen. Zíjn terrein is veeleer de verwarrende mix van die twee, die aards en hemels, gekscherend en serieus tegelijk is. De mens is een denkende dwaas. (…) Van Harens poëzie is dan ook mateloos ernstig en mateloos speels tegelijk. Om het verwarrende maar tevens vruchtbare verband tussen die twee is het haar te doen. (…) Turbulentie als houvast, als anker in een gefragmenteerde wereld: dat is het wat Van Haren telkens zichtbaar maakt. Tot in de vrije val van haar typografie aan toe.’  

 

In HN Magazine schreef Hans Groenewegen: ‘Met haar gedichten verstoort Van Haren het gevoel van de lezer thuis te zijn in de wereld. Ze wakkert de onrust aan. Ze jaagt het verlangen uit zijn schuilhoek. Wie poëzie leest beseft vreemdeling te zijn op aarde. Hij raakt vervuld van verlangen, en blijft lezen.’ 

 

Elma van Haren is dichter en beeldend kunstenaar. Ze debuteerde in 1988 met de bundel De reis naar het welkom geheten, die werd bekroond met de eerste C. Buddingh’-prijs. Daarna volgden De wankel (1989) en Het schuinvallend oog (1991). Voor Theaterwerkplaats De Kist schreef ze het toneelstuk Al in het koren verloren (1995). 

Jury

De jury bestond uit: Harry Bekkering, Hugo Brems, Han Foppe, Aukje Holtrop, Anton Korteweg, Janet Luis, Leonore van Prooijen, Nicolette Smabers, Ad Zuiderent.

 

Uitreiking

Aan de prijs was een bedrag van 5.000 gulden verbonden. De prijsuitreiking vond plaats op vrijdag 19 december 1997 in Den Haag. 

 

Credits portretfoto: Saskia Hardus